Ad Valvas 2011-2012 - pagina 319
wetenschap/beleid 17
ad valvas 5 april 2012
MISHANDELING IS MEER DAN SLAAN Fysiek misbruik van kinderen haalt vaak het nieuws, zegt bijzonder Inoogleraar kindermishandeling Lenneke Alink. Maar psychische mishandeling en verwaarlozing komen vaker voor. TEKST: PETER BREEDVELD FOTO: MARC DE HAAN
Toen vorig jaar het onderzoeksrapport van de Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM-2010) van de Universiteit Leiden en het TNO verscheen, berichtte het Algemeen Dagblad er als eerste over. "Op de voorpagina ging het over seksueel misbruik, en verderop in de krant over fysieke mishandeling", aldus Lenneke Alink van het Instituut Pedagogische Wetenschappen, die het onderzoek leidde. "Terwijl juist andere vormen van mishandeling veel vaker voorkomen."
Speelgoed kapotmaken Veel kinderen zijn juist slachtoffer van mishandeling van psychische aard stelselmatig vernederen, uitschelden, speelgoed kapotmaken, de huisdieren van kinderen iets aandoen. Ook verwaarlozing is kindermishandeling: regelmatig zonder ontbijt naar school sturen, niet zorgen voor voldoende kleding, het kind geen liefde geven. "Seksueel misbruik en fysieke mishandeling zijn natuurlijk verschrikkelijk, terecht dat daar veel aandacht voor is", zegt Alink. "Maar het is opvallend dat de andere vormen van kindermishandeling in de media vaak minder aandacht krijgen, terwijl de gevolgen daarvan ook ernstig zijn." Op momenten dat het uit de hand loopt, zoals in het geval van het driejarige meisje Savannah, haalt kindermishandeling alle voorpagina's en actualiteitenprogramma's. Savannah werd zo ernstig mishandeld dat ze overleed, en uit een rapport bleek dat Jeugdzorg en de Kinderbescherming in gebreke waren gebleven door het meisje niet uit huis te plaatsen. "Je ziet in het veld vaak duidelijke reacties op zo'n zaak. Men wordt voorzichtiger en plaatst kinderen sneller uit huis", aldus Alink. "Het zijn lastige dingen. Je moet natuurlijk héél kritisch zijn, maar het blijft moeüijk in te schatten waar het fout kan gaan en waar niet, want het blijven individuele gevallen."
Uithuisplaatsing voorkomen Onlangs werd Alink benoemd als bijzonder hoogleraar voorkomen, gevolgen en aanpak van Kindermishandeling' aan de VU. Ze is niet de directe opvolger van Francien Lamers-Winkelman, bijzonder hoogleraar preventie- en hulpverlening inzake kindermishandeling, die onlangs met emeritaat ging. Alinks leerstoel hoort bij de rechtenfaculteit. "Maar ik ben psycholoog, geen jurist. Rechten zet in op een multidisciplinaire benadering en in dat kader moet deze leerstoel worden gezien. Onderzoek naar kindermishandeling heeft namelijk verschillende raakvlakken, waaronder dat van rechten en van psychologie en pedagogiek." In Leiden doet ze onder meer onderzoek naar interventies om de ouder-kindrelatie te verbeteren. "Het gaat erom welke steun je gezinnen kunt bieden om de opvoeding te verbeteren. Dat
is vooral belangrijk bij gezinnen waarin mishandeling speelt", vertelt Alink. "De juridische kant daarvan is bijvoorbeeld uithuisplaatsing. Dan is het interessant te onderzoeken hoe de kinderbescherming en de kinderrechter tot een dergelijke beslissing komen en of en hoe uithuisplaatsing voorkomen kan worden. Oftewel, of je de situatie in die gezinnen zodanig kunt verbeteren dat uithuisplaatsing niet nodig is." Dat zou bijvoorbeeld kunnen door ouders te begeleiden, ze te leren zich in hun kind in te leven en signalen van het kind goed op te pikken. "In Leiden hebben we een speciaal programma ontwikkeld, VIPP, wat staat voor Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting", zegt Alink. "Daarbij krijgen ouders begeleiding op basis van video-opnamen die bij hen thuis zijn gemaakt."
Minder stigmatiseren Het is een beproefde methode, erkend door het Nederlands Jeugdinstituut en opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies. Maar niet iedere ouder accepteert de bemoeienis van opvoedkundigen. "Er is soms weerstand, ouders zetten hun hakken in het zand en dan loopt het niet altijd even effectief." Een van de oplossingen daarvoor zou volgens Alink een minder stigmatiserende aanpak kunnen zijn. "Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kindermishandeling het vaakst voorkomt in gezinnen van laagopgeleiden", legt Alink uit. "Maar dat betekent natuurlijk niet dat aUe laagopgeleide ouders hun kinderen mishandelen en ook niet dat kindermishandeling niet voorkomt bij hoogopgeleiden." "Ergens zouden we moeten nadenken over een manier om opvoedingsondersteuning opener te maken, niet gericht op een bepaalde doelgroep, maar op ouders in het algemeen, zo van problemen bij de opvoeding zijn heel gewoon, iedereen heeft het weleens moeilijk en dan is het goed te weten datje daarbij hulp kunt inschakelen." Alink is opvallend genuanceerd over de aandacht die kindermishandeling krijgt in media en politiek. "Meer aandacht is altijd nodig, zeker als je ziet hoe groot het probleem is, maar je kunt ook stellen dat er al vooruitgang is geboekt. De afgelopen jaren zijn veel beroepsgroepen getraind in het signaleren van kindermishandeling en hoe daarmee om te gaan. Het aantal meldingen is daardoor in vijf jaar toegenomen." Ook zijn de ministeries van Justitie en Volksgezondheid begonnen met het opzetten van een taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik. "Momenteel wordt bepaald wat die taskforce precies gaat doen. Ik heb goede hoop dat die positieve effecten zal hebben", aldus Alink. Reageren'' Mail naar redactie@advalvas vu.nl
Alink: 'Niet iedere ouder accepteert de bemoeienis van opvoedkundigen'
Uit onmacht Het onderzoeksrapport Kindermishandeling uit 2011 werd in opdracht van het ministerie van VWS gemaakt. De onderzoekers baseren zich op rapportages door beroepskrachten die met kinderen werken, op de gegevens van de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling, en op vragenlijstonderzoek onder scholieren. Het rapport gaat over het aantal slachtoffers van kindermishandeling in 2010. De resultaten lieten zien dat 99 op de 1000 middelbare scholieren aangaven te zijn mishandeld. Dat is evenveel als vijf jaar geleden. Het aantal meldingen nam wel toe, van 28 per 1000 kinderen naar 34 per 1000 kinderen. Waarom mishandelen ouders hun kinderen? "Het is vaak een vorm van onmacht", zegt Lenneke Alink, bijzonder hoogleraar voorkomen, gevolgen en aanpak van kindermishandeling. "Maar dat kan heel verschillende oorzaken hebben. Zo weten we bijvoorbeeld dat het zelf hebben ervaren van mishandeling de kans op het mishandelen van eigen kinderen veisroot. Maar lang niet alle ouders die vroeger zelf zijn mishandeld, doen dat ook bij hun eigen kinderen. En niet alle ouders die nu mishandelen, hebben dat in hun jeugd ervaren." ledere ouder voelt zich weleens het bloed onder de nagels gehaald door zijn kind. Sommigen delen wel eens een tik uit. "Eén tik hoeft niet meteen reden tot zorg te zijn", aldus Alink.
Alleen beurzen voor 'nuttige' deeltijdstudenten Deeltijdstudenten die een maatschappelijk belangrijke studie doen, krijgen vanaf 2017 een beurs voor h u n opleiding. Wie tot die tijd een langstudeerboete loijgt, kan in bijzondere gevallen bij zijn eigen onderwijsinstelling aankloppen. HEIN C U P P E N / H O P
Een maand geleden werd al duidelijk dat staatssecretaris Zijlstra de financiering van het deeltijdonderwijs op de schop wü gooien en
'vraaggericht' wil maken. Dit betekent dat de opleidingen niet langer rechtstreeks geld van de overheid krijgen, maar dat hun studenten dit meebrengen in de vorm van een - hoger - collegegeld. De ministerraad heeft vorige week ingestemd met dat plan en besloten dat aUeen deeltijdstudenten in 'tekortsectoren' als het onderwijs en de zorg en in de zogeheten topsectoren straks een beurs van de overheid krijgen waarmee ze hun inschrijving kunnen betalen. Wie een minder nuttige deeltijdstudie kiest, draait zelf op voor de kosten of kan zijn werkgever om een bijdrage vragen. Het overheidsbudget blijft gelijk, belooft het kabinet: "Het geld dat nu nog voor bekostiging
is gereserveerd, wordt dan uitgekeerd in beurzen." Omdat de invoering van vraagfinanciering veel voeten in de aarde heeft, wordt die pas voorzien voor het studiejaar 2017/18. Deeltijdstudenten vaUen dan niet meer onder de langstudeerdersmaatregel.
Bijzondere omstandigheden Maar de problemen van de huidige groep deeltijdstudenten zijn daarmee niet opgelost. Zij moeten nu net zo snel studeren als voltijders terwijl hun opleiding over meerjaren is uitgesmeerd. De Eerste Kamer heeft daar veel kritiek op. Zijlstra kondigt aan dat hij deeltijdstudenten die vanwege bijzondere, individuele omstan-
digheden een langstudeerderboete krijgen, tegemoet wU komen. Zij kunnen voortaan een beroep doen op de profileringsfondsen van de instellingen. Tot nu toe staan die alleen open voor voltijdstudenten. De insteUingen krijgen voor de deeltijders tot en met 2016 jaarlijks tien müjoen euro extra. De instroom in het deeltijdonderwijs is de afgelopen jaren ingezakt van 19.000 in 2001 tot iets meer dan 9.800 nu. De daling is volgens het ministerie van Onderwijs vooral te zien in het bekostigd deeltijdonderwijs. Het sluit vaak onvoldoende aan op de wensen en behoeften van werkende volwassenen. Reageren"? Mail naar reclactie@advalvas vu.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011
Ad Valvas | 424 Pagina's