Ad Valvas 2011-2012 - pagina 242
61 onderwijs
De Vrije Universiteit wil het keurmerk voor kwaliteitszorg binnenhalen. En hoger scoren in de Keuzegids. Wat moet er gebeuren? En waarom zijn studenten ontevreden?
TACULTEIT kom maar
De VU gaat dit voorjaar met alle faculteiten het onderwijs doorlichten: kijken wat er goed gaat en pijnpunten blootleggen. Rector Lex Bouter en onderwijskundige Jos Beishuizen over deze voorbereiding op het landelijke keurmerk: 'I<waliteitsbewaking moet in de genen zitten.' DIRK DE HOOG
Kleine verschillen, grote gevolgen De VU haalde bij de Nationale Studenten Enquête in 2011 een gemiddelde score van 7,02 punten. Dat is 0,07 punt minder dan het gemiddelde [7,09) van de andere vijf algemene universiteiten. Het levert de VU samen met de UvA de onderste plaats op in de door weekblad Elsevier gemaakte ranking. In 2000 stond de VU nota bene met een score van 7,10 nog bovenaan. Toen scoorden de andere universiteiten gemiddeld een 6,99. Toch had de VU het veranderende tij kunnen zien aankomen. Op het item 'inrichting van de studie' scoort de unh/ersiteit al vanaf 2002 min of meer onder het gemiddelde. Studenten vinden vooral dat er te weinig keuzemogelijkheden zijn. Sinds 2008 krijgen ook de docenten een benedengemiddeide score. Onderwijskundige Wim van Os zette tien jaar scores uit de Elsevier Keuzegids op een rij. Zijn conclusie is dat de verschillen tussen de universiteiten en vei^elijkbare opleidingen heel klein zijn, maar de gevolgen groot. Want de VU kampt nu wel met het imago 'een van de slechtste unwersiteiten' te zijn. IDdH) Het hele artikel van Wim van Os is te lezen op advalvas.vu.nl > achtergronden.
"Als je belooft tentamens binnen twee weken na te kijken en een docent is twee dagen te laat, zijn studenten boos. Maar als je belooft dat ze binnen drie weken hun cijfer weten, en je bent twee dagen eerder klaar, zijn ze blij. Het scheppen van duidelijke en realistische verwachtingen is belangrijk: wat kunnen studenten van de instelling verlangen en wat mogen docenten van studenten eisen", begint rector Lex Bouter. "We gaan zo precies mogelijk in kaart brengen waar echte knelpunten in het onderwijs zitten. En die gaan we aanpakken." Verwachtingsmanagement is inderdaad een belangrijk punt, benadrukt hoogleraar onderwijskunde Jos Beishuizen. Hij gaat leidinggeven aan de zogeheten proefaudit, de voorbereiding op de instellingsaudit (ter verkrijging van het keurmerk dat de kwaliteitszorg van onderwijs op orde is). "We scoren onder meer slecht op communicatie met studenten. Denk aan inschrijfregels voor tentamens, keuzemogelijkheden voor bijvakken en waar je terecht kunt met allerlei vragen. Dat moet dus beter. Sinds kort hebben we ook een studentenapp voor smartphones." "Bij de ontwikkeling van die app hebben we nadrukkelijk studenten betrokken", zegt Bouter. "Zij zijn bij uitstek de deskundigen als het gaat om de beleving van het onderwijs. Dat is ook mijn advies aan faciliteiten en opleidingen. Ga met studenten praten waar ze wel en niet tevreden over zijn en neem hun aanbevelingen serieus." Beishuizen vindt de analyse dat sommige groepen studenten, zoals allochtone meisjes, te kritisch zouden zijn en verkeerde verwachtingen hebben van hun studie, geen adequaat antwoord op de slechte scores in onder meer de Keuzegids. "Je moet beter kijken wat er werkelijk aan de hand is. Bij grote opleidingen als rechten en bedrijfskunde zie je statistisch dat die groep van allochtone vrouwen iets ontevredener is, maar bij andere grote opleidingen, zoals gezondheidswetenschappen waar ook vrij veel allochtone studenten zitten, komt dat verband niet terug. Dus waar zitten de echte problemen?"
Niet op tijd aangepast Eén factor ziet de rector veel terugkomen: "Landelijk zie je dat opleidingen met veel studenten slechter scoren dan kleinere opleidingen. Bij ons speelt een rol dat we sterk zijn gegroeid. In een decennium van 15.000 naar 25.000 studenten. Terwijl we per student steeds minder geld krijgen. Aan die groei hebben we onze organisatie niet op tijd aangepast." "Groot is niet per se fout", voegt Beishuizen toe. "Geneeskunde telt ook veel studenten. Daar is een paar jaar geleden een nieuw studieprogramma ingevoerd, waarbij studenten in kleinere groepen samenwerken en daarmee is de tevredenheid toegenomen. Deels hebben we ook te maken met een remmende voorsprong. Tien jaar geleden heeft de VU veel gedaan aan onderwijsverbetering. Sinds 2008 worden we in de rankings echter door andere instellingen ingehaald. Niet zozeer omdat wij het slechter doen, maar zij zijn ons voorbijgestreefd door het onderwijs verder te verbeteren."
Academisch vuurtje Om die reden wil de rector naar hest practices binnen de VU te kijken. "Tussen de opleidingen binnen de VU zijn de verschillen behoorlijk groot. Kijk watje van elkaar kunt leren. Dat proberen we nu
ook te doen. Op grond van het instellingsplan heeft de programmacommissie undergraduate al voorstellen gedaan voor beter en rendabeler onderwijs." Beishuizen noemt een voorbeeld. "Betrokkenheid van studenten bij hun opleiding is een belangrijke voorspeller van studiesucces. Bij bewegingswetenschappen experimenteren docenten in het eerste jaar met het vak academische verkenningen. Daarin leren studenten de samenhang tussen de verschillende vakken te doorgronden en dat het bij bewegingswetenschappen niet alleen over sport gaat, maar ook om academische reflectie en wetenschappelijk onderzoek. Bovendien werken studenten bij die vakken met mentorgroepen, zodat ook meer sociale binding ontstaat. En het werkt. Bij veel studenten gaat het academische vuurtje branden."
Geen Itwaliteitspolitie Beishuizen is nu met een team bezig alle faculteiten door te lichten. Wat houdt zo'n proefaudit in? Bouter: "We kijken of opleidingen en faculteiten de kwaliteitszorg op peil hebben. Dus we kijken niet naar de inhoud zelf, maar of faculteitsbesturen inzicht hebben in wat goed gaat en wat niet? En wat doen ze aan het oplossen van knelpunten?" Die kwaliteitsbewaking moet in de genen zitten van iedereen die aan de universiteit werkt, benadrukt Beishuizen. "Veel mensen zien visitaties en verantwoording afleggen als hinderlijke bureaucratie. Maar het hoort juist bij het systeem en het is bedoeld om van te leren. Het gaat soms om simpele dingen. Maak een verslag per vak wat de verbeterpunten zijn en watje daaraan gaat doen. We willen dat faculteiten jaarlijks een concreet verbeterplan opstellen en publiceren. Doe een paar voorstellen die echte knelpunten oplossen." Levert dat niet enorm veel nieuwe bureaucratie op? "Dat is niet de bedoeling", stelt Bouter gerust. "Hoe minder bureaucratie, hoe beter. Docenten horen eigenlijk geen andere zorg aan hun hoofd te hebben dan de inhoud van hun onderwijs. Er komt geen kwaliteitspolitie met een heel leger ambtenaren."
Instellingsaudit > De audit is bedoeld om een keurmerk te krijgen van de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) dat de kwaliteitszoi^ voor het onderwijs op orde is > Krijgt de VU het keurmerk, dan kunnen de afzonderlijke opleidingen volstaan met een lichtere vorm van externe visitatie eens in de zes jaar om hun accreditatie te behouden > Voor de zomer krijgen alle faculteiten een interne VUproefaudit die nagaat of hun kwaliteitszorg op orde is > Op grond hiervan moeten opleidingen en faculteiten verbeterplannen opstellen en de jaarlijkse onderwijskwaliteitszorg-cyclus aanpassen > In 2012/13 licht de NVAO de unhrersiteit door of aan de voorwaarden voor het keurmerk is voldaan > De minimumeisen staan in het handboek onderwijskwaliteit. Zie intranet > onderwijs > handboek onderwijskwaliteit Reageren? Mail naar redactie@advalvas.vu.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011
Ad Valvas | 424 Pagina's