Ad Valvas 2011-2012 - pagina 83
11
ad valvas 13 oktober 2011
Medisch psycholoog Peggy Cohen:
'JONG BEHANDELEN LOONT' Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van het VUmc had tien jaar geleden de wereldprimeur in het behandelen van transseksuele jongeren. Nu komen behandelaars uit de hele wereld kijken hoe ze dat doen. Op elk geboortekaartje staat het: of de baby eenjongen is of een meisje. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Sommige kinderen hebben al zo lang ze zich kunnen herinneren het gevoel dat ze in het foute lichaam zitten. Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van de VU was de eerste kliniek in Europa waar deze kinderen terechtkunnen. De jongsten die bij het centrum binnenkomen, zijn vier jaar oud. Die zijn natuurlijk nog veel te jong voor pillen of operaties, maar zij en hun ouders Ieren wel hoe ze ermee kunnen omgaan dat ze anders zijn dan de andere kinderen.
Japanse karakters "Het is belangrijk dat deze kinderen zo jong mogelijk ergens terechtkunnen", zegt hoogleraar medische psychologie Peggy Cohen-Kettenis. Veel transgenders zeggen dat ze hun hele leven al wisten dat hun lichaam niet bij hun paste. En dat leidt tot grote eenzaamheid." Toen het centrum rond het jaar 2000 begon met het hormonaal onderdrukken van de puberteit bij kinderen vanaf een jaar of twaalf was dat wereldnieuws. Cohen "In allerlei kranten en op televisie werd de suggestie gewekt dat wdj kinderen zouden opereren. Daarvan is natuurlijk nooit sprake geweest." Inmiddels kijken steeds meer landen hoe ze het op de VU doen. Op het whiteboard in Cohens kamer staan de Japanse karakters voor genderdysforie. Cohen "We hadden hier een paar weken
geleden een groep Japanse collega's. We krijgen behandelaars uit de hele wereld op bezoek."
Puberteitsremmers Geslachtsveranderende operaties doet het centrum pas bij jongeren als ze achttien zijn. Jongeren vanaf twaalf jaar kunnen wel hormonen krijgen, als hun puberteit op gang is gekomen. Tot hun zestiende jaar gaat dat om puberteitsremmers, hormonen die ervoor zorgen dat ze geen baardgroei, borsten, een lage stem en andere geslachtsspecifieke kenmerken ontwikkelen. Mochten ze zich bedenken en toch geen geslachtsverandering willen ondergaan, dan is stoppen met de hormonen voldoende om alsnog een normale puberteit in gang te zetten. De behandelaars laten de jongeren wel bewust een klein beetje in de puberteit komen "Het is belangrijk dat ze enige ervaring hebben met wat er in de puberteit gebeurt, zodat ze ook weten hoe het voelt om iemand van het geslacht te zijn waarmee ze geboren zijn", legt Cohen uit. "De meesten vinden dat afschuwelijk, maar niet iedereen. Wij vinden het essentieel dat we die bevestiging krijgen." Maar te lang wachten, levert fysieke veranderingen op die later moeilijk weer ongedaan te maken zijn, daarom is die leeftijd op twaalf jaar gesteld. Vanaf hun zestiende mogen de jongeren beginnen met zogeheten cross-seks-hormonen, hormonen die hun de kenmerken van het gewenste geslacht geven.
'Hoe langer je wacht met behandelen, des te erger mensen met zichzelf en hun omgeving in de knoei komen'
Niet wachten En die kinderen van vier dan? Cohen "Vaak voelen kinderen al heel jong dat ze anders zijn. En dat kan allerlei problemen opleveren. We ondersteunen deze kinderen en hun ouders op sociaal-psychologisch en pedagogisch vlak." Toch ontwikkelen jongetjes die graag in meisjeskleren rondlopen, of meisjes die het liefst een jongetje willen zijn, zich lang niet altijd tot transseksuelen. Cohen "Ongeveer een kwart van de kinderen die zo vroeg bij ons binnenkomen, blijft erbij dat hij of zij in het verkeerde lichaam zit. De meeste anderen worden later homoseksuele jongeren." In ruim de twintig jaar dat Cohen in dit vakgebied werkt, heeft ze de cliƫnten steeds jonger zien worden. Dat is niet aUeen fysiek gunstig, het leverde ook een vermindering van het aantal psychische klachten op. "Hoe langer je wacht met behandelen, des te erger mensen met zichzelf en hun omgeving in de knoei komen", vertelt Cohen.
Spijt? Op de VU hebben ze er sinds de eerste sekse-operatie halverwege de jaren tachtig zo'n vierduizend behandelingen op zitten. Komt er weleens iemand terug met spijt? Cohen. "Bij de jongeren die we behandeld hebben, is dat nog nooit gebeurd. Bij de volwassenen is het een half procent. Meestal gaat het om mensen bij wie de problematiek breder is dan alleen hun gender. Zij komen erachter dat een sekseverandering niet al hun problemen oplost", vertelt Cohen. "Maar het gaat om een heel kleine groep. Waarvan de meesten zeggen "Ik zou het niet nog een keer doen", meestal omdat de acceptatie is tegengevallen. Mensen die zich terug laten behandelen in het originele geslacht zijn echt heel zeldzaam. Daarvan hebben we er door de jaren heen maar een paar gehad." (WV) Reageren' Mail naar redactie@advalvas vu nl
Hardloopster 1 Op papier zijn mensen altijd man of vrouw. In de praktijk blijkt dat onderscheid soms veel moeilijker. Vroeger dachten wetenschappers dat het een kwestie van genen was: XX voor een vrouw, XY voor een man. Nu weten we dat het niet zo simpel ligt. Soms hebben mensen meer dan twee geslachtschromosomen, XXY bijvoorbeeld, of ze hebben in een deel van hun cellen mannelijke geslachtschromosomen en in een ander deel vrouwelijke. Dat was het geval met de hardloopster FOEKJE DILLEMA (1926-2007), die in 1950 door de Nederlandse Atletiekunie van vrouwenwedstrijden werd uitgesloten, omdat ze man zou zijn. Uit recent DNA-onderzoek van haar kleren blijkt dat ze zowel XX als XY-chromosomen had, in de verhouding 3:1.
Hardloopster 2 In 2009 was er weer discussie rondom een hardloopster. Deze keer ging het om de ZuidAfrikaanse CASTER SEMENAYA, die in 2009 in Berlijn wereldkampioen werd op de 800 meter voor vrouwen. De zaak is omgeven met geheimzinnigheid: Semenaya werd eerst geschorst en er werd een onderzoek ingesteld waarvan de resultaten niet bekend zijn gemaakt. Later mocht Semenaya toch weer meedoen van de internationale atletiekfederatie (lAAF). Mogelijk heeft ze haar testosterongehalte met medicijnen naar beneden gebracht. Promovendus Sarah Burke bekijkt op de mri-scan hoe hersenen reageren op mannenzweet
in verschUlende opzichten meer lijken op die van het door hun gewenste geslacht, dan op die van hun biologische geslacht. Burkes onderzoek zou uitsluitsel kunnen geven over de vraag wanneer deze verschillen ontstaan. Om een beeld te krijgen van de rol van geslachtshormonen in de puberteit, doet Burke haar metingen bij kinderen vlak voor de puberteit en bij adolescenten m de puberteit. De transgender pubers onderzoekt ze op het moment dat ze puberteitsremmers gebruiken, voor hun zestiende, en op het moment dat ze zogeheten cross-sekshormonen gaan slikken, geslachtshormonen van het geslacht dat
ze willen worden. Burke zit nog middenin de metingen en kan nog niets zeggen over de resultaten.
Erkenning uit diepte-interviews met jongeren met genderdysforie die Thomas Steensma (jeugdpsycholoog, VUmc) hield, bleek dat kinderen die erbij blijven dat ze in een lichaam van het verkeerde geslacht zitten, vaak als kind al echt een hekel aan hun lichaam hadden. Kinderen die er in de puberteit voor kiezen toch door het leven te gaan als iemand van hun eigen biologische geslacht, zeggen zich deze negatieve gevoelens niet te kunnen herin-
Testosterongrens neren. Maar, merkt de auteur op, dat kan natuurlijk ook selectieve herinnering zijn. Wat er anders is aan de hersenen van transgenders en of je op grond van hersenscans ooit zal kunnen voorspellen welke kinderen zich ontwikkelen tot transseksueel en welke niet, is voorlopig nog niet te zeggen. Het onderzoek van Burke is een eerste aanzet om hersenverschillen bij transgender jongeren in kaart te brengen. Dat is belangrijk, weet Burke van haar contacten met deze jongeren: "De behoefte aan erkenning dat ze echt anders zijn, is groot." Reageren? Mail naar redactie@advalvas vu nl.
Mede naar aanleiding van het geval Semenaya heeft de internationale atletiekfederatie (lAAF) besloten dat vanaf 1 mei 2011 de testosteronspiegel beslissend is bij de vraag of iemand mag MEEDOEN AAN VROUWENSPORT of niet. Testosteron is namelijk de belangrijkste factor bij sporten waarbij kracht en duurconditie een grote rol spelen. De atletiekunie laat daarmee de vraag of iemand wel of geen vrouw is in het midden. Atleten met een te hoge testosteronspiegel mogen gewoon weer meedoen als ze kunnen aantonen dat ze (met medicijnen) hun testosterongehalte hebben verlaagd. Peggy Cohen-Kettenis, hoogleraar medische psychologie aan de VU, is een van de wetenschappers in de expertcommissie van deze bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011
Ad Valvas | 424 Pagina's