Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2011-2012 - pagina 271

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2011-2012 - pagina 271

4 minuten leestijd

11

ad valvas i maart 2012

VERVOLG VAN PAGINA 8 Van die 17.000 proefdieren is overigens nog niet eens eenderde ook daadwerkelijk gebruikt; ruim vijfduizend dieren. De rest is gedood zonder dat er een experiment op ze is uitgevoerd. "Die overschotten zijn heel vervelend", vindt Van Soest, "de DEC zit er bovenop om dat verschil zo klein mogelijk te houden, maar je kunt er niet altijd iets aan doen. Overschotten ontstaan doordat onderzoekers vaak dieren nodig hebben met specifieke genetische mutaties. Bij het fokken van deze dieren worden ook heel veel andere dieren geboren die niet de juiste mutatie hebben." Daarnaast is het soms een kwestie van timing. Het proefdiercentrum van de VU heeft zelf een voorraad aan muizen en ratten die voor proeven kunnen worden gebruikt. De fok is niet altijd precies te sturen. Op sommige momenten zijn er meer muizen dan nodig zijn voor het onderzoek.

Ethische dilemma's Er zijn ook andere morele dilemma's waar de dierexperimentencommissie mee te maken krijgt. Van Soest; "Mfat is beter; intensief onderzoek op weinig dieren die er veel last van zuUen hebben en eraan dood zuUen gaan, of onderzoek op een grotere groep op een manier dat ze er minder last van zullen hebben? Daar zijn de deskundigen het niet over eens." Voor de wet is een proefdier een proefdier, of het nu een aap, een rat of een kikker betreft. Maar iedereen voelt dat er toch verschillen zijn. Stel, je hebt bij een onderzoek één aap als

proefdier nodig, of honderd muizen. Wat weegt dan zwaarder: het leven van die ene aap, of van die honderd muizen? Ook daarover verschillen de deskundigen van mening. "We hebben geregeld te maken met ethische dilemma's waar je verschülend tegenaan kunt kijken", zegt Van Soest. De activiteiten van de proefdierencommissie worden ook weer gecontroleerd: door de Voed-

Wat weegt zwaarder? Het leven van die ene aap of van die lionderd muizen?

leven achter de rug. In de jaren tachtig waren ze van de Universiteit Nijmegen, daarna van de VU, maar tegenwoordig wonen ze in het apencentrum in Rijswijk. Ze zijn inmiddels bejaard. "Als ze doodgaan, stopt het onderzoek en gaan we geen nieuwe dingen doen met apen", vertelt Van Soest. De geiten (2 bij de VU, 59 van VUmc in 2009) waarop ook onderzoek wordt gedaan, staan de rest van het jaar gewoon bij een boer. Evenals de varkens. Beide diersoorten worden door chirurgen, al dan niet in opleiding, gebruikt om op te oefenen. "Een muis is lastig te opereren", merkt Van Soest droogjes op. Oefenen chirurgen dan niet op kunstorganen of lijken? "Ook", zegt van Soest. "Maar voordat ze in een patient snijden, wil je toch graag dat ze het hebben geoefend op een levend dier."

Totaal aantal proefdieren VU: 17.023

m Ongebruikt: 11.878

Gebruikt: 5.145

Gezeur sei- en Warenautoriteit. Die komen meerdere keren per jaar onverwacht op bezoek. Soms bij een vergadering, soms komen ze het proefdiercentrum inspecteren, soms kijken ze of onderzoekers de verplichte cursus proefdierkunde wel hebben gedaan.

Drie bejaarde apen Apen worden bij VUmc overigens alleen nog gebruikt voor het onderzoek naar nieuwe contrastvloeistoffen in de pet-scanner. Het gaat om drie resusapen. Ze komen voor de proeven speciaal naar de VU. Naderhand gaan ze weer terug naar Rijswijk, waar ze wonen. Forens-apen dus. De apen hebben al een heel

En heeft de VU veel last van protest tegen dierproeven? "Eenjaar of tien geleden heeft een clubje demonstranten het proefdiercentrum bezet, maar die zijn na een paar uur vanzelf weer weggegaan. Daarna is er weinig protest meer geweest. Ik organiseer al een aantal jaren een debat over proefdieren voor studenten biologie en daar heb ik gemerkt dat de meeste studenten niet tegen dierproeven zijn. Sommigen vinden het zelfs gezeur om erover na te denken. Dat vind ik niet terecht. Het is een onderwerp waarover je als wetenschapper wel degelijk moet hebben nagedacht, en dan maakt het mij uiteindelijk niet uit of je nu voor of tegen bent."

Totaal aantal proefdieren VUmc: 9.170

bruikt: 3.411

Gebruikt: 5.759

De tegenstander:

'500.000 proefdieren voor niets fol<ken vind ili onaanvaardbaar' "Zelf dierproeven doen is voor mij nooit een optie geweest", vertelt VU-alumnus CHRISTIAAN WITTEVRONGEL. Na de hogere laboratoriumschool deed hij aan de VU de master international public health, die hij in 2007 afrondde. Hoewel hij de onderzoeksvariant deed, hoefde hij geen onderzoek met proefdieren te doen. Sinds vorig jaar werkt Wittevrongel als beleidsmedewerker bij de stichting Proefdiervrij. Hij is niet het type activist dat in een muizenpak voor proefdiercentra zal gaan staan, of medewerkers zal bedreigen. Liever zoekt de oud-VU-student naar alternatieven voor proefdieren en schrijft hij mee aan studies daarover. Afgelopen herfst gaf Proefdiervrij het rapport Het proefdier voorbij uit, een verkenning naar alternatieve vormen van onderzoek om de veiligheid van medicijnen en voedselproducten vast te stellen. "Niemand vindt het leuk om proefdieren te gebruiken", zegt Wittevrongel. "als we dus waar het kan andere onderzoeksmethoden gaan gebruiken, levert dat voor iedereen winst op: in de eerste plaats natuurlijk voor de dieren, maar ook voor de onderzoekers. En het onderzoek wordt er ook nog eens goedkoper van, want proefdieren houden en gebruiken is heel erg duur." In het rapport waaraan Wittevrongel meewerkte, wordt vooral ingezet op veranderingen m de gezondheidsbescherming. Dat gaat bijvoorbeeld over de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, of over de vraag of bepaalde consumentenproducten veilig zijn. Met de testprocedures zoals ze nu zijn, creëren We een schijnveiligheid", vindt Wittevrongel. Hij is heel kritisch over de verplichte test van alle nieuwe medicijnen op - twee soorten proefdieren, ver voordat ze in de handel komen. Wittevrongel; "Je wilt iets weten over de reactie in de mens en dan kijkje bijvoor-

beeld naar muizen. Maar lang niet alle stoffen reageren hetzelfde in een mensenlichaam als in een muizenlichaam. Daardoor vallen bij de dierproeven mogelijk zeer kansrijke medicijnen af en gaan we wel door met andere stoffen, die dan later, als ze worden getest op mensen, alsnog niet goed blijken te zijn." Met moderne technieken zou je dit onderzoek anders kunnen aanpakken. Wittevrongel; "Je kunt bijvoorbeeld mensen een heel lage dosis van de stof die je wilt onderzoeken toedienen, zo laag dat er nooit een gevaarlijke reactie kan optreden. Die stof geef je een markering mee - een label waaraan j e de stof herkent - en dan volg je die in het lichaam. Zo kun je zien waaraan die stof zich hecht, hoe die in het lichaam wordt omgezet en weer uitgescheiden."

15.187 muizen 1042 ratten 763 vissen 31 amfibieën

Proefdiersoorten VUmc

Kunstweefsels Ook computermodellen worden steeds beter in het voorspellen van reacties, dus veel voorwerk kun je doen op de computer. Een andere techniek die Wittevrongel noemt, is het testen van stoffen op kunstmatig gekweekte weefsels en organen. "Dat is een heel nieuwe techniek, waar nog veel aan ontwikkeld moet worden, maar voor de toekomst is die zeer veelbelovend." Het is belangrijk dat de overheid het mogelijk maakt dat dit soort technieken zich verder kan ontwikkelen, vindt Wittevrongel. Bijvoorbeeld door subsidiemogelijkheden voor kleine innovatieve bedrijfjes te creëren. Als het lukt om dit soort alternatieven van de grond te krijgen, kunnen we volgens Wittevrongel gemakkelijk met tien procent minder proefdieren toe. Toch leent niet alle wetenschappelijk onderzoek zich hiervoor, dat ziet Wittevrongel in; "Als je genetisch onderzoek doet, bijvoorbeeld, waarbij je bepaalde eigenschappen in kaart brengt, is het misschien moeilijk om dat helemaal zonder proefdieren te doen." Wel is Wittevrongel kritisch over de manier waarop dat onderzoek nu vaak wordt gedaan: "Dan zijn ze bijvoorbeeld in de muis op zoek naar genen die depressie veroorzaken, of rookverslaving, terwijl dat typisch menselijke aandoeningen

Proefdiersoorten VU

6038 muizen 2493 ratten 575 vissen 64 overig (35 konijnen, 16 varkens en 13 cavia's)

Christiaan Wittevrongel: 'Met een groot deel van de proefdieren wordt niets gedaan omdat ze niet de juiste genen hebben of het juiste geslacht'

zijn, die je helemaal niet zomaar kan doortrekken naar een muis. En juist binnen de genetica zijn wetenschappers er al lang achter dat de aflezing van het genoom bij mensen en dieren compleet anders gaat." "En een heel belangrijk ethisch probleem is dat bij het fokken van genetisch gemanipuleerde dieren met een groot deel van de proefdieren niets wordt gedaan, omdat ze niet de juiste genen hebben, of niet het juiste geslacht. In Nederland worden er per jaar ongeveer 500.000 proefdieren voor niets gefokt. Dat is ongeveer de helft van het totaal. Dat vind ik moreel onaanvaardbaar."(WV)

> De resusapen zijn met opgenomen in de statistiek omdat ze administratief met onder VUmc vallen > De gegevens zijn over 2010, en betreffen alleen gewervelde dieren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011

Ad Valvas | 424 Pagina's

Ad Valvas 2011-2012 - pagina 271

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011

Ad Valvas | 424 Pagina's