Ad Valvas 2011-2012 - pagina 293
wetenschap 15
ad valvas 15 maart 2012 Machteld de Jong deed promotieonderzoek naar Marokkaanse hbo-studenten. Ze voelde spanningen tussen haar rol als onderzoeker, als docent en als vriendin. TEKST: PETER BREEDVELD ILLUSTRATIE: NICO DEN DULK
Je bent een jonge Marokkaan en je wilt wat. Een hbo-diploma bijvoorbeeld. Dan moetje laveren tussen Scylla en Charybdis, je Marokkaansheid verloochenen en trouw blijven, een goede Marokkaan én een goede Nederlander zijn. Machteld de Jong, docent management en organisatie aan hogeschool InHolland, volgde voor haar promotieonderzoek zes jaar lang een groep hbo-studenten van Marokkaanse komaf, een kerngroep van veertig, maar in totaal waren het er veel meer. De Jong sprak met ze, bezocht ze thuis, ging zelfs mee naar Marokko, en ontdekte hoe flexibel ze moeten zijn in de verschillende gebieden die hun leven bepalen.
Tien-nul achter Binnen de Marokkaanse gemeenschap moeten ze een 'goede Marokkaan' zijn, gelovig, een goede zoon of dochter, met respect voor de traditionele verhoudingen tussen man en vrouw, ouders en kinderen, broers en zussen enzovoort. Op school moeten ze hun Marokkaansheid juist zoveel mogelijk verdrukken. Marokkanen zijn voor hun autochtone studiegenoten criminelen, radicale moslims, overlastveroorzakers en voortijdige schoolverlaters. Daarnaast ontrolt zich nog het maatschappelijk debat over Marokkanen, met Wilders en de beeldvorming in de media, waarop de studenten voor hun gevoel weinig invloed kunnen uitoefenen. "Die beeldvorming heeft een negatief effect op de hele groep", zei De Jong bij haar promotie op 23 februari. "Ze voelen zich gefrustreerd, schamen zich, zijn teleurgesteld. In feite staan ze met tien-nul achter op hun autochtone leeftijdgenoten." De Jong klopt zich in haar proefschrift Ik hen die Marokkaan niet! op de borst omdat ze erin is geslaagd achter de voordeur van NederlandsMarokkaanse families te komen. Volgens haar slaagden veel collega's en ook bijvoorbeeld journaliste Margalith Kleijwegt - die enige jaren geleden opzien baarde met haar Marokkanenboek 'Onzichtbare ouders' - daar niet in. Ze sprak niet alleen met haar studenten, maar ook met hun ouders, waarbij de studenten veelal als tolk optraden.
Vertrouwensband Veel onderzoekers zijn volgens De Jong 'bijna geobsedeerd' door het verlangen door hun onderzoeksgroep te worden geaccepteerd, maar realiseren zich toch dat ze altijd de ander zuUen blijven. Zo niet De Jong. 'Vrijwel overal
GEVANGEN
TUSSEN KAAS EN COUSCOUS heb ik me direct geaccepteerd gevoeld en er werd geregeld gezegd dat ik ten minste snapte hoe het bij Marokkanen ging', schrijft ze trots. 'Een aantal studenten merkte zelfs op dat ik op een echte Marokkaan ging lijken.' De Jong ging zichzelf als vriendin van haar
Ze staan met tien-nul achter op hun autochtone leeftijdsgenoten onderzoeksgroep beschouwen. 'Ik kan niet ontkennen dat de relatie tussen betrokkenheid en distantie weleens complex werd', schrijft ze, 'en ik spanningen voelde tussen mijn rol als onderzoeker, als docent en als vriendin'. Toch meent ze dat de vertrouwensband tussen haar en de studenten ertoe geleid heeft dat haar resultaten 'nauwkeuriger en verfijnder' zijn dan bij grootschalige enquêtes. Zit haar Diane Fossey-achtige benadering De Jongs objectiviteit niet in de weg? Bij de promotie plaatste een van haar opponenten. Trees Pels, bijzonder hoogleraar opvoeden in de multi-etnische stad, kritische kanttekeningen. Ze vond het beeld van de Marokkaanse
studenten als slachtoffer van de samenleving erg dominant in het proefschrift. "Er is ook een andere kant van de medaille", aldus Pels. "Veel studenten worden door hun ouders gewaarschuwd om Nederlanders nooit te vertrouwen en krijgen van huis uit een sterk wij-zij-denken mee."
Zelfcensuur En inderdaad voert De Jong studenten op die haar vertellen dat ze Nederlanders nooit helemaal vertrouwen. 'Zo worden alle Marokkaanse kinderen ook opgevoed', aldus studente Nora in het proefschrift. Hun eigen ervaringen met autochtonen zien ze als bevestiging van het gelijk van hun ouders. Daaruit vloeit dan weer een vorm van zelfcensuur voort: de studenten zeggen niet alles wat ze denken, bang om het negatieve beeld, dat autochtonen van Marokkanen hebben, te bevestigen. Aan de andere kant lijken autochtonen geen enkele remming te hebben. Van alles
'Ik heb me direct geaccepteerd gevoeld'
krijgen de Marokkanen voor hun kiezen, van discriminerende Marokkanengrappen tot botte opmerkingen over de kopvoddentax. Af en toe leidt dat tot een bepaalde overgevoeligheid en schiet zelfs een (domme) vraag over de Ramadan hen al in het verkeerde keelgat. De Marokkaanse studenten sluiten bovendien zélf vaak hun autochtonen studiegenoten en docenten uit. Als ze moeten kiezen tussen hun studie- en hun familieverplichtingen, gaan die laatste dikwijls voor. 'Dan zeg ik altijd dat ik naar de tandarts moet. Nederlanders snappen onze cultuur toch niet', citeert De Jong een student. Een andere student doet doodleuk toezeggingen waarvan hij op dat moment al weet dat hij ze niet kan nakomen. 'Je wilt niemand teleurstellen, maar je weet van tevoren al dat het toch gaat gebeuren', zegt hij.
Vrouwvijandige islam Bovendien vormt de eigen, Marokkaanse gemeenschap ook nogal eens een obstakel. Studenten klagen over het gevoel dat ze klem zitten tussen hun eigen verwachtingen en die van hun ouders en familie, over de verstikkende sociale controle binnen de eigen gemeenschap, de verwijten dat ze 'vernederlandst' zijn, dat hun hoge opleiding hen vervreemdt van de Marokkaanse gemeenschap. Vrouwelijke studenten hebben nog een extra gevecht te leveren, omdat van hen verwacht wordt, ook als ze een hbo-diploma halen, dat ze zich toeleggen op het krijgen en opvoeden van kinderen. Juist zij vormen in het multiculturele debat steeds de spil, als sleutel tot de integratie van de Marokkanen in Nederland, maar ook als slachtoffer van de 'vrouwvijandige' islam. Voor de veelal autochtone strijders tegen de hoofddoek en andere vormen van 'onderdrukking' van de Marokkaanse vrouw zal de volgende bevinding van De Jong pikant zijn: het is juist door het dragen van de hoofddoek, samen met de passages in de Koran die vrouwen opdragen zich te ontwikkelen en kennis op te doen, dat Marokkaanse vrouwelijke studenten thuis meer bewegingsvrijheid weten af te dwingen en kunnen gaan studeren. MachteicI de Jong, Ik ben die Marokkaan met! Onderzoek naar identiteitsvorming van Marokkaans-Nederlandse HBO-studenten, VU University Press, 237 biz., € 24,50. Reageren'' Mail naar redactie@advalvas.vu.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011
Ad Valvas | 424 Pagina's