Ad Valvas 2011-2012 - pagina 207
onderwijs | 7
[ad valvas 19 januari 2012
Nfieuwsanalyse VU-UvA
VAN UNIVERSITEIT NAAR NETWERK De VU en UvA voegen wellicht hun bètafaculteiten samen, verklapte VUbestuursvoorzitter René Smit. Het is een van de ideeën om samenwerking handen en voeten te geven. Over twintig jaar vraagt men zich af wat een universiteit ook alweer was. TEKST: DIRK DE HOOG FOTO: STUDIOVU/YVONNE COMPIER
De VU en de UvA gaan serieus bekijken of er een gezamenlijke bètafaculteit komt, zei bestuursvoorzitter René Smit in zijn nieuwjaarstoespraak. Daarmee lijkt nauwe samenwerking tussen de Amsterdamse universiteiten weer een stap dichterbij te komen. Voor de zomer publiceerden de universiteiten al een verklaring waarin ze aankondigden de mogelijkheden voor samenwerking te onderzoeken. Vier werkgroepen inventariseren op de domeinen alfa, bèta, rechten/economie en maatschappij/gedrag de wensen en mogelijkheden. Die voortvarende stappen leken onderbroken te worden door het onverwachte vertrek van UvAbaas Karel van der Toorn. Volgens berichten in de media zou hij weggestuurd zijn omdat hij te hard van stapel liep bij samenwerking met de VU. Maar over de werkelijke reden van zijn vertrek heeft hij zich nooit uitgelaten. Volgens kenners binnen de VU zou Van der Toorns ondergang meer te maken hebben met verstoorde verhoudingen binnen de UvA zelf, ruzie met verschillende decanen, dan met de gewenste alliantie met de VU. De trein is in ieder geval doorgegaan, ook gezien de mededeling van Smit bij de nieuwjaarsbijeenkomst. De tijden zijn er dan ook naar. De bezuinigingen dwingen het hoger onderwijs tot keuzes. Daar komt bij dat staatssecretaris Zijlstra wil dat universiteiten zich profileren en specialiseren. En ten derde streeft de gemeente Amsterdam nadrukkelijk naar een versterking van de kenniseconomie.
Hoog aanzien Voor een gezamenlijke bètafaculteit is al de term Acta-model' gebruikt. En dat is wellicht een passender vergelijking dan menigeen denkt. De gezamenlijke faculteit Tandheelkunde kwam namelijk ook in moeilijke tijden tot stand. De aparte opleidingen van de VU en de UvA dreigden door bezuinigingen opgeheven te worden. AUeen door in 1984 samen te gaan in het Academisch Tandheelkundig Centrum Amsterdam, konden ze overleven. Acta heeft
bereikt dat het onderwijs en onderzoek internationaal in hoog aanzien staat, een status die de VU en UvA voor al hun afdelingen nastreven. De bètafaculteiten van de VU en UvA werken nu al nauw samen, vooral bij de klassieke richtingen, wis-, natuur- en scheikunde. Beide universiteiten trekken onvoldoende studenten in deze richtingen om een volwaardig breed onderwijsaanbod in stand te kunnen houden. Daarom worden in de bacheloropleiding al vakken samen gegeven en is er een gezamenlijke graduate school voor de masters. Eén exacte faculteit lijkt een logisch vervolg op die ontwikkeling. Aan de gedachte van één faculteit zit wel een maar. Welke opleidingen en onderzoeksafdelingen gaan mee en welke niet? De UvA kent al één bètafaculteit, inclusief biologie. De VU heeft er twee met de aparte faculteit Aard- en Levenswetenschappen. Die is zowel qua omzet als studentenaantallen een van de grootste faculteiten van de VU, met succesvolle opleidingen als gezondheids- en biomedische wetenschappen. Die faculteit richt zich steeds sterker op human health and life sciences, waarin de VU internationaal wil meetellen. Dus als de harde exacte opleidingen meer richting UvA gaan, dreigen de bèta's aan de VU onderling uit elkaar te groeien.
Humanity Campus Bij een presentatie voor de ondernemingsraad in december vertelde Smit over een aantal ideeën van de VU/UvA-werkgroepen. Behalve het bètacluster denkt men ook aan een 'humanity campus'. Daar kunnen opleidingen uit de geesteswetenschappen, en dan vooral de letteren, samengebracht worden. De afdelingen oudheidkunde van VU en UvA kondigden al aan samen te willen werken. Vooral de vreemde talen zitten aan de VU, op Engels na, danig in
Samenwerking moet het internationaal aanzien versterken de verdrukking door te weinig studenten. Dat geldt zeker ook voor de klassieke talen, die onmisbaar zijn in verband met de theologische en filosofische faculteiten. Pikant detail bij de gedachte aan een Amsterdamse humaniora campus is het feit dat de Letterenfaculteit van de UvA over niet al te lange tijd naar het Binnengasthuisterrein en de Oudemanhuispoort verhuist. Wellicht kunnen de verbouwplannen nog aangepast worden aan de nieuwste inzichten. Nog een idee dat Smit de revue het passeren, is de oprichting van een gezamenlijke LAW Academy, naar Utrechts voorbeeld. Daar wordt
René Smit tijdens nieuwjaarstoespraalt: 'VU en UvA zitten in hetzelfde schuitje'
de tien procent beste studenten rechten in een apart instituut gezet. Bijna niemand ziet heil in het in Amsterdam samenvoegen van nu al grote opleidingen zoals rechten en economie. Maar dit soort extraatjes is natuurlijk wel leuk, net als het afstemmen van de masters en specialistische bijvakken op elkaar. Gezamenlijk zouden de rechtenfaculteiten ook meer buitenlandse studenten kunnen trekken door Engelstalige opleidingen voor internationaal recht aan te bieden. Voor Nederlands recht komt bijna niemand de grens over.
Verlelikerd En dan zijn de economen er nog. Die werken al nauw samen in het Tinbergen- en het Duisenberg Instituut voor masteropleidingen en promovendibegeleiding. De decaan van de faculteit Härmen Verbruggen placht wel eens te zeggen dat zijn faculteit groter is dan Nyenrode University. Zijn grote voorbeeld is de internationaal toonaangevende London School of Economics. Vooralsnog lijkt een eigen instituut voor VU- en UvA-economen een brug te ver, hoewel ze al eens verlekkerd naar de Symphony-toren op de Zuidas hebben gekeken als mogelijke vestigingsplaats. Als het om samenwerking tussen VU en UvA gaat, begint het grote zwijgen bij de sociale faculteiten. Daar zijn de ideologische tegenstellingen uit het verleden blijkbaar nog niet genoeg opgelost. Wel heeft de faculteit Sociale Wetenschappen van de VU vorig jaar een graduate school opgericht. Toen werd hoopvol gesproken over 'mogelijke samenwerking met de UvA', maar concreet is er nog weinig in beweging gezet. En bij de faculteit Psychologie en Pedagogiek
heerst ook rust op het samenwerkingsfront. Die faculteit heeft zelf al genoeg studenten om de collegezalen te laten uitpuilen. Er is nu zelfs landelijk een numerus fixus voor psychologie ingevoerd. Wat onderzoek betreft richt de faculteit zich sterk op samenwerking binnen de VU en VUmc, zoals bijvoorbeeld in de onderzoeksinstituten voor neuroscience en onderwijs.
Geen megafusie De besturen van VU en UvA zijn het erover eens dat er vooralsnog geen megafusie tussen de instellingen moet komen. Wel slimme vormen van samenwerking die het internationaal aanzien van diverse afdelingen versterken. Het Amsterdam University College is een goed voorbeeld hoe de toekomstige samenwerking tussen de VU en UvA vorm kan krijgen. Geen fusie tussen grote opleidingen of instellingen, maar samen relatief zelfstandige topinstituten oprichten. Al met al doemt het toekomstbeeld op van een federatie van allerlei opleidingsinstituten en onderzoeksinstellingen binnen een groot Amsterdams kennisnetwerk. Wellicht vraagt men zich over twintig jaar af wat een universiteit ook al weer was. Iets uit de negentiende eeuw of zo? Reageren' Mail naar redactie@advalvas vu nl
Kom naar het FoliaDebat: Eén Amsterdamse universiteit? Woensdag 25 januari om 19 uur, Pakhuis De Zwijger, Piet Heinl<ade 179, Amsterdam. Vooraanmelding debat@folia.nl. Zie ook nieuws op pag. 3 (Zohal Delawari) en advertentie op pag. 8.
Staatssecretaris Zijlstra tijdens onderwijsdebat:
'Streefcijfer hoogopgeleiden niet iieilig' Het streven naar vijftig procent hoogopgeleiden is geen doel maar een middel, herhaalde staatssecretaris Zijlstra nog maar eens. Onderwijs van hoog niveau is belangrijker. Zijlstra was er zondagmiddag tijdens een Volkskrant-debat in De Rode Hoed duidelijk over Ik heb liever dat 45 procent van de bevolking echt 'hoog' onderwijs heeft gehad, dan dat we
de vijftig procent halen en de kwaliteit van het hoger onderwijs voortdurend ter discussie staat." Het is niet de eerste keer dat de bewindsman dit zegt. Vorig jaar noemde hij tijdens een debat in de Tweede Kamer de doelstelling van vijftig procent 'betrekkelijk'. "Ik kan zorgen dat morgen honderd procent van de Nederlandse beroepsbevolking hoger opgeleid is, door gewoon de definitie aan te passen." Volgens Zijlstra staat de kwaliteit van het universitair onderwijs niet onder druk. Eerder deze maand werd bekend dat de TU Delft de
studielast van bacheloropleidingen wU verlichten, maar volgens de bewindsman is Delft haar curriculum gewoon aan het herzien. De bacheloropleidingen van sommige bètastudies zijn bij de invoering van de bachelor-masterstructuur te vol gepropt, stelt hij. "Het is goed dat ze nu kiezen voor de vakken die bij de opleiding horen." Het publiek wilde weten op welke punten Zijlstra eventueel zou snijden als bUjkt dat het kabinet meer zal moeten bezuinigen. Die vraag wüde hij niet beantwoorden. "Als ik nu met een lijstje bezuinigingsvoorstellen kom, dan ben
ik het geld kwijt." Hij wil de ramingen van het Centraal Planbureau van februari afwachten. "Pas als het water ons tot de lippen staat, moeten we ons bezinnen." De bewindsman kon niet beloven dat bij extra bezuinigingen het hoger onderwijs ontzien zal worden. "Ik kan wel tegen de minister van Financien zeggen bij mij niet. Maar we moeten dit bezien in het licht van de schuldencrisis." (HOP) Lees meer op advalvas vu nl > nieuws > 16 januari
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011
Ad Valvas | 424 Pagina's