Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 2011-2012 - pagina 322

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 2011-2012 - pagina 322

7 minuten leestijd

10

beleid

Universiteiten bepalen samen hoeveel studenten ze toelaten tot de opleidingen psychologie, rechten en bedrijfseconomie. Het is de vraag of dat wel mag van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. BAS BELLEMAN/HOP In kranten en actualiteitenrubrieken verschenen vorig jaar alarmerende berichten over de nieuwe, hoge coUegegeldtarieven aan universiteiten. Studenten moesten opeens duizenden euro's betalen als ze na hun eerste bachelor- of masterstudie nog een tweede wilden volgen. Schakelprogramma's voor hbo'ers werden ook peperduur. In media en parlement vlogen de verwijten over en weer, rechtenstudenten begonnen zelfs een rechtszaak tegen de juridische faculteiten, maar het kabinet hield voet bij stuk: de universiteiten mochten hun prijzen helemaal zelf bepalen en de politiek moest zich daar niet mee bemoeien.

ad valvas 5 april 2012

SPOOK VAN DE MEDEDINGING opzichten zijn universiteiten wel degelijk te beschouwen als ondernemingen. Ga maar na: ze krijgen tegenwoordig geen bekostiging meer voor het opleiden van mensen die al eerder een bachelor- of masterdiploma hebben behaald. De collegegeldtarieven mogen ze in die gevallen zelf bepalen, en dan is hun positie niet anders dan die van commerciële onderwijsaanbieders. Universiteiten mogen dus niet met hun concurrenten over hun prijzen overleggen, anders raakt de markt verstoord.

Bemoeienis De macht van de NMa reikt wellicht nog verder. Het is bijvoorbeeld de vraag of universiteiten onderling de studentenmarkt mogen verdelen en in overleg mogen bepalen hoeveel studenten ze bij fixusstudies toelaten. Dat riekt naar kartelvorming. Die gedachte ligt nogal gevoelig. Universiteiten zitten niet op bemoeienis van de NMa te wachten. Ze vinden dat de opleidingen psychologie.

Inval Amsterdamse universiteiten En toen, zonder waarschuwing vooraf, besloot de Nederlandse Mededingsautoriteit (NMa) zich in deze kwestie te mengen. In de zomer van 2011 deed de toezichthouder een inval bij de VU en de UvA. De NMa kwam even kijken of de universiteiten misschien onderling afspraken hadden gemaakt over de hoogte van het instellingscollegegeld. Zulke prijsafspraken zijn namelijk verboden. Universiteiten vonden die inval onbegrijpelijk, want ze zijn toch geen ondernemingen? Het hoger onderwijs is toch geen gewone markt? Dan gelden er toch zeker andere wetten? Wat hebben universiteiten nu met de NMa te maken? De mededingingsautoriteit wil er, een half jaar na dato, nog altijd niets over kwijt. Het onderzoek is namelijk niet afgerond. Maar één ding staat als een paal boven water: in sommige

'De efficiencyslag leidt tot minder toegankelijk onderwijs'

rechten en bedrijfseconomie te groot worden en besluiten gezamenlijk het aantal studenten te beperken. Het argument voor deze landelijke fixus: dat de opleidingen uit hun voegen barsten en de kwaliteit onder druk komt te staan. "We kunnen nu niet zeggen of zo'n landelijke fixus wel of niet mag", aldus een woordvoerder van de NMa. "Het is ook voor ons geen abc'tje. Studenten kunnen eventueel klagen over de numerus fixus, als ze zich benadeeld voelen. Maar zelf geven we er geen prioriteit aan in het huidige onderzoek. Als universiteiten willen weten of ze de wet overtreden, dan nodigen we hen uit om ons advies te vragen."

Efïiciëntieverweer

Eigen Haard verkoopt door heel Amsterdam starterswoningen vanaf € 75.000 met € 4 * 0 0 0 korting, 0 % overdrachtsbelasting GEEN notariskosten!

www.kopenbijeigenhaard.Til

Deskundigen kunnen er ook niet zomaar antwoord op geven. "Zijn onderwijsinstellingen ondernemingen?, vraagt Barbara Baarsma zich af Zij is bijzonder hoogleraar marktwerking en mededingingseconomie aan de UvA en directeur van SEO Economisch Onderzoek. "In het onderwijs wordt veel van bovenaf opgelegd. Het is daarom de vraag of instellingen genoeg commerciële speelruimte hebben om onder de mededingingswet te vallen. En als universiteiten inderdaad als ondernemingen worden beschouwd, dan kunnen ze allerlei verdedigingen aanvoeren. Misschien maken ze die afspraken wel omdat de politiek op een numerus fixus aandringt." Verder kunnen universiteiten een efficiëntieverweer voeren. Ondernemingen mogen namelijk afspraken maken als dat 'efficiënt' is, legt Baarsma uit. "We willen niet dat er in Nederland te veel artsen komen, want het is een dure opleiding en die artsen moeten niet werkloos thuis

zitten. Daarom beperken we de instroom. Dat zou je ook voor psychologen kunnen bepalen. Dan is een studentenstop in het belang van de samenleving. De voordelen wegen dan op tegen de nadelen van de concurrentiebeperking."

Ieder voor zich Alleen hebben universiteiten het niet over de arbeidsmarkt. Ze hebben het vooral over de kwaliteit van het onderwijs, die in gevaar komt als er te veel studenten komen. Het onderwijs is beter te organiseren als de opleidingen een vast aantal eerstejaars toelaten, stellen ze. "Dan wordt het wat anders", zegt Baarsma. "De landelijke afspraken mogen niet bedoeld zijn om universiteiten een rustig leven te bezorgen. Dat zij het makkelijker krijgen, kan nooit de bedoeling zijn." De NMa zou dus kunnen optreden tegen landelijke afspraken over numerus fixus. Universiteiten mogen best hun instroom beperken, maar hun afweging zouden ze ieder voor zich moeten maken. "Je moet in het mededingingsrecht altijd naar de eigenaardigheden van de sector kijken", vindt Tom Ottervanger, hoogleraar mededingingsrecht in Leiden. "Als bedrijven afspreken dat ze een beperkt aantal auto's zullen maken, scheppen ze een schaarste die de prijs opdrijft. Dat is slecht voor de concurrentie en slecht voor de consument. Maar hoe zit dat in het hoger onderwijs? Als universiteiten met een fixus de kwaliteit verhogen, voor wie pakt dat dan negatief uit? Misschien voor die paar studenten die geen psychologie meer kunnen studeren, maar weegt de kwaliteitsverbetering daar niet tegenop? Mijn kritiek op de NMa is dat zij soms te weinig oog heeft voor zulke afwegingen en te veel naar 'efficiëntie' kijkt. Het goede is niet altijd efficiënt."

in het tijdschrift Marfet StMededinging van afgelopen december. "En de besturen van de universiteiten gedragen zich ook graag en mogelijk in toenemende mate als ondernemers. Er zal geen direct causaal verband zijn maar de aankondiging van de voorgenomen fusie tussen de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam was nog vers op het moment van de NMa-invaUen." Over numerus fixus schrijft Wesseling niet. Daarnaar gevraagd laat hij weten dat het hem niet vrij staat om "over details te spreken". Daar zijn de universiteiten nu mee bezig: de details. Ze tasten de juridische grenzen af en zelfs de NMa kan er nog geen duidelijkheid over geven. Maar één ding staat vast: ook op het ministerie van Onderwijs zullen ze de onafhankelijke toezichthouders van de NMa met argusogen volgen.

Voorlichting verbeteren Universiteitenvereniging VSNU kijkt alvast hoopvol naar de politiek. "Als samenwerking door de mededingingswet bemoeilijkt wordt, verwachten we dat de staatssecretaris maatregelen zal nemen", aldus een woordvoerder. "Onder meer met het oog op doelmatige besteding van overheidsmiddelen is afstemming tussen universiteiten nodig." Dat hoort de Landelijke Studenten Vakbond met enige scepsis aan. "De efficiencyslag die universiteiten samen willen maken, leidt niet tot beter onderwijs", zegt voorzitter Pascal ten Have. "Het leidt alleen tot minder toegankelijk onderwijs. Studenten lopen tegen torenhoge

Universiteiten vonden de inval van de NMa onbegrijpelijk

Juridische grenzen Toch is het voorstelbaar dat de NMa haar greep op de universiteiten versterkt. Men keek er ook van op toen de landelijke huisartsenvereniging een miljoenenboete kreeg vanwege het vestigingsbeleid. Huisartsenpraktijken zijn toch ook geen ondernemingen? Die concurreren toch niet met elkaar? Maar een boete kregen ze wel. "De universiteiten zijn in ieder geval deels als ondernemingen te kwalificeren", schreef advocaat en UvA-hoogleraar Rein Wesseling

'Een studentenstop is in het belang van de samenleving'

collegegelden aan of worden helemaal niet meer toegelaten tot de studie van hun dromen." Universiteiten doen er beter aan om hun voorlichting aan studiekiezers te verbeteren voordat ze een studentenstop in overweging nemen, vindt hij. "Leg eerst maar eens goed uit wat de opleiding inhoudt." Zijn collega Sebastiaan Hameleers van het Interstedelijk Studenten Overleg begrijpt wel waarom grote opleidingen graag een numerus fixus invoeren, maar er zijn volgens hem andere oplossingen. "Als we de inschrijftermijn vervroegen naar 1 mei, kunnen universiteiten een toename van het aantal eerstejaars eerder zien aankomen. Misschien moet er ook iets aan de overheidsbekostiging per student veranderen, want universiteiten krijgen het geld nu met een vertraging van twee jaar, waardoor ze bij een stijging van het aantal eerstejaars tijdelijk te weinig geld hebben. Hoe dan ook moeten ze studenten niet de dupe laten worden van organisatorische moeilijkheden." Reageren? Mail naar redactie@advalvas.vu.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011

Ad Valvas | 424 Pagina's

Ad Valvas 2011-2012 - pagina 322

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 augustus 2011

Ad Valvas | 424 Pagina's