Naast de Kansel - pagina 15
Van Raalte als leider van de gemeenschap
waren, zullen “verduidelijkend voor allen zijn, door voorschrift en voorbeeld”, schreef Van Raalte. Niet dat Van Raalte te weinig moeite deed, maar het nam meerder tientallen jaren om het plan voor een echte jaarmarkt van de grond te krijgen. Marktdagen ja, maar jaarmarkten nee. Hollandse boeren waren tevreden met “vrije markten” die in feite veemarkten waren naar het model waar ze in Nederland al zo lang mee vertrouwd waren. Boeren dreven grote kudden varkens, paarden, runderen en schapen van heinde en verre naar de Achtste Straat Markt, waar ze onderling handelden met prijzen in open wedijver. Pas in de jaren tachtig, toen Van Raalte er niet meer was, organiseerde het gemeentebestuur jaarlijks een Holland Markt. Een reden was dat de winkeliers aan de Achtste Straat klaagden dat op marktdagen het centrum was verstopt met vee en de boerenjongens teveel dronken in de cafés. Het werd tijd om het beeld van Holland op te poetsen.
Voorstel voor een bank Het grootste probleem waar Van Raalte en andere zakenmensen in hun activiteiten tegenaan liepen was een gebrek aan kapitaal voor ontwikkeling, een probleem dat overal aan de Amerikaanse grenzen acuut was. Wilde de fabricage en handel tot bloei komen, dan had Holland een bank nodig die gezonde en geen onbetrouwbare waardepapieren uitgaf. Enige tijd dacht Van Raalte er over om een Staatsbank in te schakelen onder de bescherming van de Michigan bankwet van 1857. Holland had twee particuliere banken die spaargeld accepteerden, contant betaald op wissels van kooplui en wissels van de bank zelf als bewijs, evenals uitgegeven nota’s (papiergeld). Maar wissels van particuliere banken waren niet betrouwbaar en niet meer waard dan de reputatie van de bank van uitgifte. Na de Burgeroorlog overwoog Van Raalte om een nationale bank te stichten, onder de nationale bankwet van 1862, die volmacht had om federale waardepapieren uit te geven, die Groene ruggen werden genoemd (naar hun kleur); maar hij legde het plan op de plank. De verwoestende brand in Holland van 8 oktober 1871 dwong hem om zijn bank plan te verwerkelijken. Holland kon niet worden herbouwd zonder kapitaal. “Ik moet voortgaan of opgeven”, vertelde hij zijn vriend en vertrouwensman Philip Phelps, president van Hope College. Van Raalte voorzag een nationale bank met een kapitaal van $50.000 tot $100.000, maar het was niet duidelijk hoe het zover te krijgen. Hij kreeg een schitterend plan. Hij zou partner worden met Arent Geerlings, een “praktische mulder” met een stevige reputatie. Met $20.000 als startkapitaal, voor de helft afkomstig van hypotheken op Van Raaltes landerijen, konden hij en Geerlings een kleine bank beginnen, die kapitaal zou aantrekken van “oostelijke vrienden”, dus Nederlands Gereformeerde zakenmensen in New York. Zij zouden aandeel nemen door overheidspapieren in hun portfolio’s te deponeren, en die te verdelen in 6 % bonnen. Met die bonnen achter de hand kon de bank papiergeld lenen aan boeren en fabrikanten. Dit zou de plaatselijke geldstroom bevorderen en de zaken nieuw leven inblazen. Hope College kon ook de opbrengsten van giften in de bank investeren en vervolgens geld lenen voor nieuwe gebouwen. De bank zou gevestigd worden in de Holland winkel van Geerlings, met dependances in de dorpen rondom. Het bieden van een toevoerkanaal en andere noodzakelijkheden voor boeren is “een veilige en goede zaak” volgens Van Raalte, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
Brochures (VU) | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
Brochures (VU) | 16 Pagina's