Naast de Kansel - pagina 9
Van Raalte als leider van de gemeenschap
naamsoverdracht in bijna elke acte in Holland Dorp en veel omliggende boerderijen Van Raaltes naam bovenaan. Veel van zijn dorps acten hadden een bepaling die het vervaardigen of verkopen van sterke drank op genoemd perceel verbood, evenals alle soorten van “[kaart]spelen, dansen of theatervoorstellingen”. Van Raaltes extensieve landerijen maakten hem tot de rijkste man in de kolonie. In 1853 waardeerde de taxateur van de provincie Ottawa zijn land ten behoeve van de belastingen op $17.100 (Dfl 42.750 en een gulden in de negentiende eeuw was 40 [dollar]cent waard). “Ik verbaas me” gaf hij toe tegenover ds. Van der Meulen, “over de aparte positie waarin ik gekomen ben als eigenaar van een dergelijke, werkelijk onvoorstelbare rijkdom”. Toen de Lincoln regering vroeg in de Burgeroorlog in 1862 een inkomensbelasting oplegde aan de rijkste Amerikanen, was Van Raalte een van de weinige personen in de kolonie die een aanslag kregen.
Twee heren dienen? Zijn landbezit maakte Van Raalte tot een rijk man op papier, toch klaagde hij arm te zijn, omdat zijn geld vast zat in woeste grond en hij contanten moest krijgen voor de jaarlijkse belastingaanslag. Hij bekende dat hij moeite had met deze druk, in een vertrouwelijke brief aan dominee Giles Vande Wall, zijn vroegere medewerker en leraar aan de Holland Academie, die zendeling was in Zuid Afrika. Ik draag een last van tijdelijke, grote moeilijkheden die alle tijd vragen van een sterk mens… Aan de ene kant moet ik erop toezien dat braakliggend bezit iets opbrengt, want anders moet ik het verkopen om de belasting te betalen. Aan de andere kant zeg ik: “Is het goed voor mij om mezelf bezig te houden met wereldlijke zaken, terwijl ik mij moet wijden aan de verkondiging van het Evangelie?” En ik ben ook nog verantwoordelijk voor de behoeften van mijn gezin. Ik weet het niet goed… [Dit] brengt me er toe om te zeggen, “Is het niet mijn plicht om te zien naar een ander werkterrein, waar ik niet wordt gestoord door aardse problemen?”
Het leiden van een kolonie was een last die soms te zwaar was om te dragen. Een tiental jaren daarvoor gaf Van Raalte uitdrukking aan nog groter angstgevoel over rijkdom in een brief aan Brummelkamp. Ik kwam hier naakt, maar ik heb kunnen leven met een groot gezin, en uitgaven doen als iemand die bemiddeld was. Maar ondanks mijn voortdurende weerstand, ja, bitterheid tegenover God en mensen, ben ik hier met bezittingen die, als God het wil van mij een kapitalist maken. En toch zat dat geld mij op mijn nek en het doet me de das om door mijn gebrek aan vertrouwen. Dit zijn bezittingen die de wereldling om beurten toejuicht en benijdt, en toch lijken diezelfde bezittingen mijn geluk of mijn ongeluk te worden vanwege de schulden die ermee gepaard gaan; tenminste vanuit mijn positie zijn ze een bron van verontrusting en zorg. Ik vraag mezelf vaak af, Waarom? Waarom? Toch heb ik de wortel van alle duivelse slechtheid in mij en ook de wortel van het verlangen om rijk te worden… Soms zeg ik in mijn ongeduld, laat alles maar in elkaar storten zoals het gaat. Maar in een kalmer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
Brochures (VU) | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011
Brochures (VU) | 16 Pagina's