Tweemaal verscheurd - pagina 6
Het leven van Johanna van Raalte-de Moen
6
veel langer omdat hij nog grotere afstanden moest overbruggen. Hij was vaak weken weg. De reis naar Holland in ’t voorjaar 1847, brachten Christina en haar kinderen naar rechter Kellogg, niet zo ver van het toekomstige Holland vandaan, terwijl Albertus zich schaarde bij de kolonisten. De familie kwam pas toen hun huis was gebouwd. Het was klein en opgetrokken uit ruw gezaagd hout. In de daaropvolgende zomer en herfst werd het huis gebruikt als een wachtkamer, met een speciale spreekkamer/apotheek, omdat zeer veel kolonisten ziek werden en velen zelfs overleden. Van Raalte was de “dokter.” Ook volksvergaderingen werden er gehouden. Eveneens werd er getrouwd, met trouwaktes ondertekend door Albertus en Christina. Catechismus lessen vonden in hun huis plaats, waarna Christina de catecheten op chocolademelk en koekjes trakteerde, en de liederen meezong. Het schijnt dat ze als kind in Leiden ook zang en klavierlessen had gevolgd. Maar haar muzikale interesses konden niet altijd op goedkeuring rekenen van de plaatselijke bevolking. Toen Christina en een van haar dochters een voorstelling bijwoonden van zes zangers uit een naburig stadje, protesteerden enkele inwoners van Holland omdat er daar geen psalmen werden gezongen. Het verschil in opvattingen onder de afgescheidenen kon een predikantsvrouw het leven zuur maken. Hoe dan ook, muziek speelde een belangrijke rol in hun huis. Het is niet bekend wanneer de piano zijn entree deed in het Van Raalte huis, maar die stond er zeker al in 1862. Drie jaar later deelde de plaatselijk krant mee dat er ook een “melodeon” (een negentiende eeuws pomporgel) was bijgekomen. Een andere, praktische aanwinst was een naaimachine. Op een van zijn reizen naar het oosten van Amerika, kreeg Albertus vijf naaimachines aangeboden, voor gebruik in de kolonie. Terwijl hij nog in het oosten was, kreeg hij enkele naailessen, opdat hij de machines goed kon bedienen en die kennis kon doorgeven aan zijn vrouw en dochters. In zijn dankbrief aan de weldoeners schreef hij dat hij een onhandige kerel was en veel grappen had te verduren van zijn familie. De naaimachine stimuleerde Christina en dochters om nog meer kleren te naaien en te sturen naar haar zoons/broers aan het front, zoals overhemden, ondergoed en zakdoeken. Nu en dan kreeg ze van hen te horen in hun brieven, vrij overgezet, “genoeg is genoeg.” Tenslotte moesten ze alles meedragen op hun marsen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2011
Brochures (VU) | 8 Pagina's