Van Raaltes reis naar Nederland in 1866 - pagina 4
Albertus van Raalte en andere Nederlands-Amerikaanse bezoekers van het oude vaderland en gereformeerde synodes
zijn echtgenoote; mijner moeder eenige nog in leven zijnde zuster, die zij aan het hart drukte. Aan verhalen van lief en leed, vooral in de eerste jaren der verhuizing door het gezin van den leider en de door hem geleide landverhuizers ondervonden, dien eerste avond en de volgende dagen, kwam geen einde.’ Enkele uren later op diezelfde vrijdag bevond Van Raalte zich in de kring van docenten en studenten van de Theologische School van de Afgescheiden kerken te Kampen, waar Brummelkmap docent was. De Bazuin schreef: ‘Zichtbaar geroerd en getroffen stortte hij weldra zijn hart uit in dankzeggeing en gebed.’ Er klonk geen wanklank in de Nederlandse pers en het verdient de aandacht dat hij telkens Doctor van Raalte werd genoemd: er was onder de afgescheiden predikanten niemand die deze academische graad had – eerst Herman Bavinck zou vijftien jaar later de tweede worden. Van Raalte werd niet geëerd als emigrantenleider – over Holland MI was in die dagen weinig bekend in Nederland – maar als volhardende predikant in de dagen van de Afscheiding, een periode waar de afgescheiden veel en graag op terugzagen. Dezelfde vreugde en dankbaarheid kwam tot uitdrukking op de synode van de afgescheiden kerk, die in juni werd gehouden te Amsterdam. Dit moet een bijzonder moment geweest zijn voor Van Raalte. In 1836 was hij in een tijd van vervolging in een achteraf zaaltje op de Amsterdamse synode van 1836 geweest, nu kwam deze openlijk bijeen in een ruime kerk aan de Keizersgracht. Zijn zwager Brummelkamp introduceerde hem op de eerste zitting van de synode. Van Raalte overhandigde een ‘broederlijk schrijven’ van de classis Holland aan de synode die daarop werd voorgelezen. In dit schrijven beklemtoonde de classis tot tweemaal toe de ‘banden der liefde en gemeenschap’ met de afgescheiden kerk. Synodepraeses J.H. Donner spraak daarop zijn blijdschap uit over de aanwezigheid van Van Raalte Het was vreugde en liefde, waar Van Raalte ook kwam: in de familie, aan de school, onder vrienden en op de synode. Hij werd er verlegen en beschaamd van. Er waren kennelijk geen onbehagelijkheden. Of waren ze er wel? In elk geval een, die Van Raalte in een brief aan zijn zoon Ben als volgt verwoordde: ‘Ik ben blijde dat de [synode]vergadering voorbij is want die stinkende grachten en ook dat maken van de nacht tot een dag behaagt mij niet; evbenwel ook hier eet men ’s avonds tusschen tien en elf uur.’
IV Deze kritische kanttekening brengt ons bij het derde aspect: welke plannen ontwikkelde Van Raalte? Hij reisde veel rond in juli en augustus en preekte op een dozijn plaatsen – waarvan Fijnaart de meest memorabele was: de laatste gemeente waar zijn vader stond en waar deze ook overleed. ‘Te zaaien op de akker die ook mijn vader had bewerkt was mijn diepste wens en was mij een innige vreugde’, schreef hij. Maar we denken nog even terug aan de brochure van 1846 en vragen: had hij dan geen enkele kritiek op kerk of natie? Toch wel. Van Raalte was een scherp waarnemer. Rondtrekkend in afgescheiden kring bespeurde hij weinig ambitie. Reeds in zijn eerste week in Nederland noteerde hij: ‘Ik vrees dat men te zeer tevreden is met wat men al heeft bereikt. Naar mijn oordeel zou het grote aantal gemeenten en predikanten moeten aanzetten tot reiken naar verdere doelen, het met grote hoop
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2011
Brochures (VU) | 6 Pagina's