Tweemaal verscheurd - pagina 7
Het leven van Johanna van Raalte-de Moen
7
Het was normaal voor de middenklasse om hulp in de huishouding te hebben. In Genemuiden en Ommen had ze hulp, en een ervan reisde mee naar Amerika. Maar toch was ze in Amerika ook vaak zonder hulp. Albertus schreef haar broer Carel dat zijn zuster zwak was, want “ze werkt hard, eigenlijk heeft ze veel te veel te doen, en dit put haar uit.” Maar in 1858 hebben ze het iets beter. Een oude man helpt hen met de tuin en “huiswerk”, een “meid” doet het huishouden en soms had ze zelfs een vrouw voor de was, één voor de strijk, en één om te naaien. Het jaar voordat Christina stierf, in 1871, heeft ze de hulp van drie. Dat was veel vergeleken met de meeste immigranten, wiens dochters vaak dienstbodes waren in de grotere naburige steden, Kalamazoo of Grand Rapids. De meeste mmigranten behoorden niet bij de middenklasse. Daarom hoopten de Van Raaltes dat Christina’s broer Carel en ook Ds. Hellenius de Cock de beroepen zouden aannemen die zij van omliggende Amerikaanse gemeenten ontvingen, want het zou “een aangename aanwinst zijn in het onderlinge verkeer, hetwelk in Amerika te meer geschat wordt naarmate de kring van beschaafden omgang uit burgelijke stand gemist wordt.” Diezelfde brief vermeldt dat “Christina dorst naar zusterlijke omgang met gelijken.” Daarentegen zien ze ook wel voordelen van het gebrek aan omgangsregels uit de middenklasse. Zo schrijft Albertus in een brief dat “mijn kinderen” geen nood hebben om te handelen “uit een koortsachtige staat van gedwongen fatsoen.” Een van de smarten van Christina en Albertus dat, in tegenstelling tot de Nederlandse familie waar velen predikanten werden, vertoonden hun zonen daartoe geen neiging. Hoewel hun dochters dominee’s of academici trouwden, werden hun zonen zakenmannen. Dus Albertus’ drievoudige rol as dominee, zakenman en oprichter van scholen werd verdeeld tussen zijn kinderen. Hoewel de keuzes van de zonen persoonlijke voorkeur kunnen zijn geweest(hoewel ze weinig interesse toonden om te studeren), het was ook dat zij hard nodig waren om hun vader te helpen in business affairs, om geld te verdienen om zodoende de hoge belasting op de uitgebreide landerijen te betalen, en ook om als managers te kunnen functioneren in hun vaders frequente afwezigheid. Christina en Albertus waren vaak bezorgd over het zieleheil van hun zonen. Vooral Bens onverschilligheid op godsdienstig gebied deed hen pijn. De een regel tellende postscript van Christina in haar mans brief aan hem uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2011
Brochures (VU) | 8 Pagina's