Tweemaal verscheurd - pagina 4
Het leven van Johanna van Raalte-de Moen
4
zong, in gezondheid of ziekte.” Ook Christina’s man erkent dat zij ook “goedsmoeds” kan zijn. Desondanks zijn Christina’s frequente melancholie, haar precaire gezondheid en de velerlei zorgen zich herhalende thema’s in de correspondentie van Albertus met familie en vrienden. Zijn dochters vooral krijgen de opdracht om hun moeder te “vervrolijken.” In een brief aan dochter Christina beschrijft Albertus haar geboorte en de wijze waarop zij haar moeders “moeilijke pad” had vervrolijkt.” Ergens anders schrijft hij: “Neem de bitterheid van mijn afwezigheid weg […] om met dubbele vlijt moeder alles aangenaam te maken, te verligten, en te vervrolijken.” Deze vervrolijking was ook nodig in tijden dat ze “sukkelde.” De obsessie met de staat van iemands gezondheid was normaal in deze Victoriaanse tijd. “Wij zijn redelijk wel, we hopen dat ook voor ulieden,” is de openingszin in veel emigrantencorrespondentie. Hetzelfde is te zien in Van Raalte’s brieven. Hij maakt hij zich nog vaker zorgen over Christina’s gezondheid. En niet zonder reden. Haar jongste zuster, die was getrouwd met Ds. Simon van Velzen, stierf aan tuberculose. Haar moeder waarschijnlijk ook. Zij had zelf ook longproblemen, misschien bronchitis of erger. In 1851 schrijft hij: “Mijn geliefde vrouw was gedurende de hele winter ziek, heeft veel geleden aan een pijnlijke borst,” misschien, denkt hij, het resultaat van de houtkachel in hun “log kitchen”. Het was gedeeltelijk vanwege Christina’s gezondheid, dat het echtpaar in 1866 besloot een reis naar Nederland te maken. Onderweg naar het station in Kalamazoo, in een door een muilezel getrokken wagen, werd ze ziek en moest enige dagen herstellen daar. Ook in Rochester en Albany. New York, was zij opnieuw te ziek werd om gelijk verder te reizen. Maar eenmaal in Nederland werd haar hoest minder, hoewel dat uiteindelijk toch van korte duur bleek te zijn. Er lag toch weer een nieuwe scheuring op Christina’s “moeilijke baan,” toen haar man in 1869 besloot zijn droom na te jagen om weer een Nederlandse kolonie te stichten, ditmaal in Virginia. Hij hoopte dat de “zuidelijke winden” het beste medicijn zouden zijn voor de zwakke Christina. Ze bleven er slechts 4 maanden. Eenmaal terug in Holland, kon Albertus aan zoon Ben schrijven dat het beter gaat met moeder...”maar ze is rheumatisch en heeft veel kramp ’s nachts.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2011
Brochures (VU) | 8 Pagina's