Van Raaltes reis naar Nederland in 1866 - pagina 3
Albertus van Raalte en andere Nederlands-Amerikaanse bezoekers van het oude vaderland en gereformeerde synodes
wordt belemmerd vanwege de faillissementen van banken en handelshuizen.’ En op zijn rondreizen door Nederland constateerde hij een maand later ‘een toename in rijkdom, maar ook een toename in armoede onder de midden klasse. De bevolking vemenigvuldigt zich, maar de mogelijkheden om in het bestaan te voorzien zijn beperkt, en de lonen zijn laag.’ Het beeld dat Van Raalte schetste was niet positief, maar hij meldde ook gunstiger economische ontwikkelingen. Toen hij de synode van de afgescheiden kerk te Amsterdam bezocht, vond hij ook gelegenheid voor een uitstapje naar de drooggelegde Haarlemmermeer, en hij schreef daarover enthousiast: ‘Het is de moeite waard om een bezoek te brengen aan de prachtige boerderijen daar. Het meer is drooggelegd met behulp van drie pompen, die elk een vermogen hebben van 300 paardenkracht. Er worden nu ook plannen gemaakt om een kanaal te graven van de Noordzee via Haarlem naar Amsterdam en het IJ meer, om zo de handel van Amsterdam te bevorderen met ene gemakkelijke route naar de Noordzee.’ Maar negatief of positief, het waren allemaal beoordelingen van Nederland vanuit sociaal‐ economisch perspectief. De geladen morele en religieuze taal over verval en decadentie uit 1846 bleven achterwege en in zijn uitingen uit 1866 is geen spoor van de profetische oordeelstaal te vinden die de brochure Landverhuizing zo kenmerkte. Het contrast tussen 1846 en 1866 is opmerkelijk en stelt voor vragen. Hoe kunnen we het verschil tussen de profetische kastijdingen en de sociaal‐economische observaties verklaren? We moeten natuurlijk in rekening brengen dat Van Raalte in de jaren 1836‐1846 een jonge predikant was die tegen de stroom op moest roeien en dat we in 1866 te doen hebben met een door de wol geverfde en succesvolle gemeenschapsbouwer op leeftijd. En misschien moeten we ermee rekenen dat de tekst van de brochure Landverhuizing door twee mensen is geschreven en dat Brummelkamp verantwoordelijk was voor de profetische alinea’s in het geschrift? Of wellicht is Van Raalte van mening veranderd tussen 1846 en 1866? Voor dit moment laten we deze zaak rusten en gaan naar ons tweede onderdeel.
III Hoe waren de reacties op de terugkeer van de Van Raaltes in Nederland? Het eerste dat opvalt is dat de vereniging met familie en vrienden van beide zijden emotioneel was. Van Raalte beschreef aan zijn kinderen de eerste indrukken van zijn vaderland als volgt: ‘Ondanks het koude en vochtige klimaat waren onze harten vervuld met een vreugde en dankbaarheid die ik niet goed beschrijven kan. Ik zag de grote vreugde op het gezicht van moeder en keek naar dit zo vertrouwde land, dat me zo bekend was en tegelijk zo nieuw vanwege mijn lange afwezigheid. Vele dingen vervulden mijn hart met diepe vreugde en grote dankbaarheid.’ De zomer van 1866 was inderdaad vochtig en somber, maar de emoties waren warm en hatelijk. De zoon van Anthony Brummelkamp beschreef levendig, hoe op de koele vrijdagmiddag van 11 mei [ hij schrijft april] 1866, voor de deur van zijn ouderlijk huis in de Oudestraat te Kampen ‘de omnibus voor de deur stil houdt, en stapt een deftig heer, van kleine statuur, in lange reisjas met groote knoopen, vergezeld van een lange dame, zijn echtgenoote, naar binnen; en wie beschrijft de verrassing en de vreugde van het weerzien na twintigjarige scheiding! Het was Dr. Van Raalte met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2011
Brochures (VU) | 6 Pagina's