Bekijk het origineel

Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen - pagina 12

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen - pagina 12

Driekwart eeuw kinderstudies in het Peadologisch Instituut te Amsterdam (1931-2006)

2 minuten leestijd

inleiding

rium naar het ernaast gelegen pand in 1948 een pot met hersenen op sterk water op straat in diggelen viel. Pedologie stond in de eerste decennia van de twintigste eeuw model voor een nieuwe manier van benaderen van het kind. Waterink kan gevoel voor timing en wetenschappelijke realiteit niet worden ontzegd toen hij zijn instituut het predikaat ‘paedologisch’ gaf. Opmerkelijk is, dat in de naam van het Paedologisch Instituut steeds de oude spelling met ‘ae’ ontleend aan het Duits en Grieks, is gehandhaafd. Waterink had in ieder geval een primeur in 1931 in Nederland. Naar eigen zeggen was het op een instelling in Boedapest na, zelfs het eerste pedologisch instituut in Europa. Hij zette met deze creatie een trend in Nederland: sindsdien gingen ook andere universiteiten over tot het oprichten van hun eigen pedologisch instituut. Meten en wegen was een belangrijk onderdeel van de diagnostiek en behandeling op het pi. Dit onderwerp staat in hoofdstuk 3 centraal. Meten is weten, zo dacht men toen. Daarvoor was een scala aan psychologische apparaten in gebruik. Sommige doen ons wat vreemd en onwaarschijnlijk aan en zeker ook de conclusies die men eruit trok. Maar in de vooroorlogse jaren was het afnemen van tests een geliefde bezigheid binnen de opkomende psychologie. Dit gebeurde op het Psychotechnisch Laboratorium van Waterink, dat zelf tests vervaardigde, maar ook van andere laboratoria overnam. Psychologie was toen vooral laboratoriumwerk. In 1931 werd het pi feestelijk geopend als een samenwerkingsverband tussen de vu en de Vereeniging voor de Verpleging en Verzorging van Zwakzinnige Kinderen en Idioten. Hoofdstuk 4 beschrijft de oprichting van het instituut. Dat was geen samenloop van omstandigheden, maar bewuste planning. Al in zijn inaugurale rede in 1926 (Berekening of constructie?) benadrukte Waterink dat in de pedagogiek theorie en praktijk elkaar hard nodig hadden. Zij vormden twee kanten van dezelfde medaille. Evenmin was het toeval dat Waterink in 1929 een bestuursfunctie kreeg binnen de zojuist genoemde Vereniging, die het bestuur vormde van enkele instellingen voor zwakzinnigenzorg. Hij kreeg deze vereniging en de vu zover een instituut voor kinderen op te richten waar het wetenschappelijk onderzoek en de hulpverlening hand in hand zouden gaan. De samenwerking had tot gevolg dat er vooral zwakzinnige kinderen ter observatie kwamen. Maar daar lag niet Waterinks hart. Liefst had hij ‘moeilijke’ kinderen; kinde-

Een buitengewone plek; Perfect Service; pag 11 2e proef

11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2006

Historische Reeks | 237 Pagina's

Een buitengewone plek voor bijzondere kinderen - pagina 12

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2006

Historische Reeks | 237 Pagina's

PDF Bekijken