Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 34
XXXII
ontwikkelingen van de Universiteitsidee. Spr. wijst verder aan, hoe die Universiteiten eertijds wel degelijk rekenden met het "Woord van het kruis, later van dezen grondslag afgleden en nu staan op dien van het moderne denken en toont hier de gevolgen voor land en volk van aan. Hierna spreekt hij over het Woord van het kruis, dat de wereldwijsheid dwaasheid acht, maar waarin God juist zijn wijsheid openbaart. Hij schetst ons de Goddelijke wijsheid als deugd van en hypothese in het Goddelijk Wezen, de laatste, Christus, het Woord, de Wijsheid Gods. Toont verder aan, hoe de verdorven rede, die Christus niet kent, maar eerst verlicht door den Heiligen Geest, Hem leert kennen door het Woord van het kruis, als Goddelijke wijsheid. Hoe deze zelfde Goddelijke wijsheid echter niet alleen in het Woord van het kruis, in de Schrift, maar ook in het scheppingsleven schittert, maar slechts te zien en te kennen is door den wedergeborene. Hoe daarom het Woord van het kruis zoo hechte grondslag is voor ons zoeken naar kennis, ook naar de hoogere kennis, welke de Universiteit zoekt. „Grondslag" is dat Woord en dit, zegt spr., wijst op verderen bouw, en eischt de ernstige, vaak moeitevolle waarneming. „Gereformeerd" heet die grondslag, waarmee echter niets wordt bedoeld dan het Woord van het kruis in zijn meest zuiveren zin. Deze is de grondslag onzer Yrije Universiteit; de wijsheid dezer wereld moge haar daarom haten, wij weten dat het dwaze Gods wijzer is dan de menschen. Na het zingen van Ps. 119: 9 ging spreker voor in het gebed. Ten slotte hief de vergadering nog het zevende vers van Ps. 89 aan, en verliet ongeveer te negen ure het kerkgebouw. Hiermede was deze „dag" voorbijgegaan, en vond de hartelijke genegenheid der broederen en zusters aangename gelegenheid tot vriendschappelijken omgang. De algemeene vergadering, den volgenden dag gehouden, werd buitengewoon druk bezocht. Bij het binnentreden reeds liet het zich aanzien, dat geen enkel plaatsje van de ruime zaal onbezet zou blijven, en inderdaad moest dan ook het platform zelfs, waarop de bestuurstafel stond, zooveel mogelijk nog in gebruik genomen worden, om een vijftigtal belanghebbenden te bergen, hetwelk onder meer tengevolge had, dat de voorzitter niet precies op tijd beginnen kon. De vergadering werd geopend met het zingen van Ps. 91 : 1 en 5. Plechtig en indrukwekkend klonk het uit honderden harten en monden : Hij, die' op Gods bescherming wacht. Wordt door den hoogsten Koning Beveiligd in den duistren nacht, Beschaduwd in Gods woning. Dies noem ik God, zoo goed als groot Voor hen, die op Hem bouwen, Mijn Burcht, mijn Toevlucht in den nood, Den God van mijn betrouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's