Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 66
LXIV
2'. 3'. 4^ 5^ 6'.
De geschiedenis van de letterkunde der Grieken en Eomeinen; De oude geschiedenis; De Grieksche en Romeinsche antiquiteiten; De geschiedenis der Nederlandsche taal en hare letterkunde; De logica en de geschiedenis der Grieksche wijsbegeerte.
Voorts werden nog afgelegd 9 Propaedeutische examens waarvan 8 voor de Godgeleerdheid en 1 voor de Rechtsgeleerdheid, welke liepen over de volgende vakken: Voor de Godgeleerdheid, a. Het Latijn^ b. het Grieksch, c. het Nederlandsch, d. het Hebreeuwsch en e. de Hebreeuwsche antiquiteiten. Voor de Rechtsgeleerdheid, a. Het Latijn, b. het Grieksch, c. het Nederlandsch en d. de Romeinsche antiquiteiten. Wordt in het algemeen het vereischte, om als student der school te worden ingeschreven, in Art. 16 van het Reglement der school omschreven, bij besluit van den senaat 2 Juni 1881 werden in verband daarmede nog de volgende regelen vastgesteld: a. De in dit artikel bedoelde dispensatie bezit eo ipso een ieder, die bij den rector overlegt het diploma van een vrij gymnasium, welks diploma's contractueel door den senaat zijn erkend; b. Insgelijks een ieder, die met goed gevolg een admissieexamen aan deze Universiteit heeft afgelegd, naar de hiervoor door den Senaat vastgestelde regeling; en c. Kan buitendien verleend worden aan hen, die ten genoege van den senaat kunnen aantoonen, dat de dusver door hen genotene opleiding, in verband met het doel dat hen herwaarts voerde, de voldoening aan a onmogelijk en aan b onraadzaam maakt. Bij het verleenen van deze derde soort van dispensatie is de Senaat bevoegd aan de inschrijving eene beperkende bepaling met het oog op eventueele examens te verbinden. Voor het boven sub h bedoelde examen ter toelating tot de lessen der Vrije Universiteit zijn de volgende eischen gesteld: a. Voor 't Griesch, dat de Candidaat een stuk niet te moeilijk proza en een stuk epische poëzie in 't Nederlandsch vertale en grammatisch verklare; (Men gaat daarbij uit van de onderstelling dat de Candidaat gelezen heeft eenige zangen van de Ilias en de Odyssee; minstens drie boeken van Xenophons Anabasis; een paar redevoeringen van Lysias of van Isocrates; en een paar boeken van Herodotus of een paar levens van Plutarchus, en dat hij van de grammatica de etymologie kent en de hoofdregels der syntaxis.) b. Voor 'tLatijn, 1) dat de Candidaat een stuk proza en een stuk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's