Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 58
LVI
ART.
5.
Curatoren geven aan het bestuur, des gevraagd zijnde of uit eigen beweging, advies en voorhchting over de benoeming van den kanselier der scholen, over de voor den rector der in art. 4 bedoelde school te maken instructie, over de zoowel daarin als in de instructie voor curatoren zelven eventueel aan te brengen wijzigingen, over de keuze en inrichting der voor de scholen benoodigde lokaliteiten, over de hulpmiddelen voor het onderwijs, en voorts over alle op de scholen betrekking hebbende zaken, waarover ziJ door het bestuur geraadpleegd worden of waarover zij zelven eenig voorstel hebben. Met betrekking tot de in art. 4 bedoelde school geven zij zoodanig advies of zoodanige voorlichting in den regel niet zonder den Senaat cÜer school eerst gehoord te hebben. ART.
6.
Curatoren geven in den Senaat der in art. 4 bedoelde school mede hun advies over de jaarlijksche voordracht aan het bestuur voor de benoeming van den rector, over het uitoefenen van toezicht en tucht over de studenten, over de door de school aan te knoopen betrekking met andere universiteiten, en voorts over alles wat in den Senaat ter sprake komt, met uitzondering van hetgeen uitsluitend op diens huishoudelijke belangen betrekking heeft, en van hetgeen in deze instructie aan het college van curatoren ter beslissing is opgedragenART.
7.
Telkens wanneer voor de stichting eener katheder aan de in art. 4 bedoelde school de middelen beschikbaar zyn, geven curatoren, op aanvrage van het bestuur, aanwijzing van de vakken die het eerst in aanmerking komen; en wanneer het aan curatoren noodig voorkomt dat eene katheder gesticht worde, doen zij daartoe een voorstel aan het bestuur; in beide gevallen, nadat zij den Senaat der school daarop gehoord hebben. ART.
8.
Ter benoeming van een hoogleeraar of ander docent voor vaceerende of pas opgerichte katheders aan de in art. 4 bedoelde school, zenden curatoren aan het bestuur eene voordracht van één of meer personen; en indien het bestuur gebruik maakt van zijne vrijheid om een bepaalden persoon hun voor te stellen, geven zij over diens benoeming hun oordeel aan het bestuur te kennen; in beide gevallen, nadat zij de faculteit waartoe de bedoelde katheder behoort, daarop gehoord hebben. Bij gebleken verschil van zienswijze tusschen directeuren en curatoren over de te doene benoeming, neemt het college, welks voordracht of voorstel bij het andere bezwaar ontmoet, de zaak in nadere overweging; tenzij het geraden vinde, haar terstond door eene gecombineerde vergadering te doen uitmaken; in welk geval zonder verdere correspondentie daartoe wordt overgegaan. ART.
9.
Zoodra curatoren de instructie voor de hoogleeraren en andei'e docenten der in art. 4 bedoelde school hebben vastgesteld, zenden zij daarvan een afschrift aan het bestuur, opdat door diens tusschenkomst ieder nieuw benoemde er mede worde in kennis gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's