Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 54
UI {Staatsblad No. 102) geen andere dan zedelijke en wetenschappelijke waarde. Onder gelijk voorbehoud kunnen door den Senaat, op voordracht eener faculteit deze titels, althans die van doctor, ook honoris causa, verleend worden aan Nederlanders of vreemdelingen van erkend wetenschappelijke beteekenis. ART.
11.
Het studiejaar vangt aan den derden Dinsdag der maand September.. Er zijn drie vacantiën; eene van den tweeden Zaterdag der maand' Juli tot den aanvang van den volgenden cursus; eene van den laatsten Zaterdag vóór Kerstmis tot den derden Dinsdag daaraanvolgende; en eene van tien dagen, beginnende den laatsten Woensdag vóór Paschen. ART.
12.
De colleges loopen over een geheel of over een half studiejaar. ART.
13.
De Series lectionum wordt telken jare vóór 15 Juli publiek gemaakt,, in de Latijnsche taal. ART.
14.
De colleges worden gegeven in de taal die door de faculteit daarvoor bepaald wordt. De colleges voor de Latijnsche en Grieksche taal, in de literarische, alsmede die over de uitlegkunde in de theologische faculteit, worden^ tenzij de Senaat afwijking van dezen regel toesta, in de Latijnsche taal gegeven. ART.
15.
De overdracht van het Rectoraat heeft plaats op den gedenkdag varr de opening der School; of, zoo deze dag op een Zondag valt den dag; daaraanvolgende. De overdracht geschiedt met het houden eener redevoering. ART.
16.
Om als student der School te worden ingeschreven, is vereischt h e t vertoonen van het in art. 11 en 12 der Wet van 28 April 1876 (Staatsblad No. 102) bedoeld bewijs, of van de bewijzen die, zoo lang deze wet niet volledig is toegepast, door overgangsbepalingen of Koninklijke Be- <, sluiten daarvoor in de plaats zijn gesteld. Dispensatie van deze bepaling kan niet verleend worden, dan door den Senaat, volgens nader vast te stellen regelen. De inschrijving geschiedt bij den rector; waarbij voor leges / 20» wordt voldaan. ART.
17.
Tot het volgen van de lessen, aan deze School gegeven, zijn bevoegcK zij die voldaan hebben aan de bepalingen van art. 16 De theologische en juridische faculteiten hebben het recht, de studenten, die zich bij haar aanmelden, te examineeren, ten einde te beslissen, of zij in staat zijn, de colleges der faculteit te volgen. Voor elk college wordt f30— betaald, in handen van de faculteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's