Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 79
3 „aandeelbewijzen", die in het laatstverloopen jaar in zijn district geplaatst zijn; en doet hem daarbij tevens opgave van de in dien tijd ontvangen of toegezegde giften en op zich zelf staande (d. i. niet aan lidmaatschap verbondene) contributiën. Van den provincialen secretaris ontvangt hij dan vóór den 1 October de tot inning der gelden bestemde en door den penningmeester der Vereeniging geteekende kvyitantiën. Hij zorgt voor de inniag der gelden in de eerste week van October, en hij zendt die gelden vóór den 1 November aan den penningmeester der Vereeniging. ART. U .
Looperskosten voor de inning der contributiën mogen aan de Vereeniging worden in rekening gebracht. Zij worden dan bij de overmaking der gelden afzonderlijk opgegeven; en hun bedrag wordt van de over te maken som ingehouden. ART.
12.
In geen district mag het getal lidmaatscha]Dpen kleiner zijn, dan het voor districten bepaalde minimum, dat voorloopig gesteld is op vijf;welk minimum geacht wordt bereikt te zijn, als uit een district vijfmaal ƒ25.—, d. i. f 125.— 'sjaars wordt gecontribueerd. Afzonderlijke gemeenten, waarin het aantal lidmaatschappen grooter is dan het voor districten bepaalde minimum, kunnen bij den provincialen directeur aanvrage doen om een eigen district te vormen, met een eigen correspondent. ART.
13.
Ieder correspondent tracht het daarheen te leiden, dat de Gereformeerde Kerkeraden in zijn district jaartijks in hunne kerken doen collecteeren ten behoeve van de Vereeniging, en voor het daaruit gewonnen bedrag, zoo noodig door hen aangevuld tot f 25.—, gebruik maken van hun recht tot het afvaardigen van een gemachtigde naar de algemeene vergadering der Vereeniging. ART.
14.
Evenzoo tracht hij de Gereformeerde Kerkvoogdijen in te bewegen tot het steunen der- Vereeniging door eene bijdrage, en,^ zoo die minstens ƒ25.— kan bedragen, hen op dat zij gebruik maken van het hierboven in art. 13 vermelde ART.
zijn district jaarlijksche te wekken, recht.
15.
Ieder 'correspondent houdt in een boek dat hij_ daartoe van den provincialen secretaris ontvangt^ aanteekening van alle in zijn ressort wonende contribuanten; royeert diegenen, die door overlijden, vertrek of bedanken uitvallen; en rust niet , eer de aldus ontstane leemte weer is aangevuld. ART.
16.
Ieder correspondent heeft, al is hij ook geen lid der Vereeniging, het recht om hare algemeene vergaderingen als gast bij te wonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's