Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 69
LXVII
Faculteit der Letteren. Prof. Kuyper behandelde op het college over Nederlandsche taal en letterkunde: het leven en de geschriften van Büderdijk van 1756—1795, op het college van Hebreeuwsche taal- en letterkunde voor de Grammatica, het werkwoord; voor de Syntaxis de constructie der hoofd- en nevenbegrippen; voorts werd cursorisch gelezen Genesis I—XXV en Jesaja XL—LXVI, het eerste met oefeningen ter vertaling van den Latijnschen text in het Hebreeuwsch. Prof. Woltjer behandelde op het college in de Grieksche taaien letterkunde met de propaedeutici Plutarchi vita Alexandria de prolegomena et cap 15. Pindari carmini, Olymp. VI, Pytia I, Nemea X. Voorts werd met de litteratoren behandeld: Homeri Ilias I 1—100 Virgilii Aeneid XII 1—-20, ook werden met hen practische oefeningen gehouden. In het college over Encyclopaedie werd het vervolg der kritiek behandeld en het begin der Grammatiek. Met de doctorandi werden palaeographische oefeningen gehouden; oefeningen in de kritische verklaring van Grieksche en Latijnsche schrijvers, Tacitus, Horatius, Thucydides, Sophocles en schriftelyke oefeningen. Prof. de Hartog behandelde op de colleges over Latijnsche taal- en letterkunde Terentii Andria, Horatii carmina selecta, met de Prolegomena. De Bibliotheek nam in omvang en waarde aanmerkelijk toe daar vele vrienden haar met belangrijke werken verrijkten. Door de gunstige beschikking van een broeder in Amsterdam werden de boekenkasten keurig in orde gemaakt, waardoor de kamer van den Regent een zeer net aanzien verkreeg. Van de hand der professoren zagen de volgende werken het licht. Van Dr. A. Kuyper verscheen „Het werk van den Heiligen Geest" Deel I en I I ; „Dagen van Goede Boodschap" Deel II, en de rede uitgesproken bij de overdracht van het rectoraat, „Het Calvinisme en de Kunst." Dr. A. H. de Hartog deed het licht zien een viertal werken, en wel: „Het doel van Hospitiën" zestal leerredenen, losse schetsen uit het maatschappelijk leven, en Zanchius Commentaar op den brief aan de Ephesiërs. Ten slotte vermelden wij nog de twee deelen van het „Reglement van '52" door D. P. D. Pabius bewerkt. En hiermede zijn wij aan het einde van ons verslag. „Beter dan zulk een overzicht mogen de werken van de hoogleeraren, straks van dé leerlingen der school getuigen". Met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's