Negende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag - pagina 40
XXXVIII
Dr. Kuyper presideerde en Dr. De Hartog hield een referaat, waarin hij ongeveer dezen gedachtengang ontwikkelde: Een beroemd geleerde van de hoogeschool van Bologna zei reeds in 1200, dat alle weten en kennen tot één middelpunt moet geleid worden. Een beginsel, dat in deze Gereformeerde landen zijn hoogste uitdrukking gevonden heeft, doordien men dit middelpunt zag in God. — Ook in het rijk der wetenschappen toch is de vreeze des Heeren het begin van alle wijsheid. Het organisch verband der wetenschappen wordt gekend en de solidariteit der studie gehuldigd, waar de Heere regeert over de erve der wetenschap (1 Sam. 2; 3, Ps. 94; 10, Pred. 2 : 26). Zoodra men dit beginsel verloor, trachtte men — omdat men toch één middelpunt wilde bewaren — dit punt te vinden in iets anders dan in God, b. v. in den Staat of in de wetenschap zelf, of waarin al niet! Maar juist losmaking van alle middelpunt was het gevolg. Niet bij den ganschen universitairen kring, maar slechts bij een onderdeel, althans naar Gereformeerde opvatting — bepaalt de Eeferent de aandacht der aanwezigen, en stelt deze stelling: I. Naar den eisch der Gereformeerde beginselen mag, in Jiet verband van de paedagogische roeping der universiteiten, een hospitium niet ontbreken. II. Wederheerig treedt, juist in- dit verband, liet doel en het wezenvan een hospitium in het ware licht. De groote beteekenis, die een hospitium voor de universitaire ontwikkeling heeft, is bijna geheel uit het oog verloren. Berst toont.de spreker, in tegenbeeld, hoe de „middelpuntvliedende" beweging, op de universiteiten gaande gemaakt, ook haar invloed heeft uitgeoefend op bestaan en bestaanswijs van het hospitium. Naarmate, door heel de historie, de Gereformeerde beginselen weken, wordt het hospitium losser van de academie, om ten slotte alleen kosthuis te worden, geheel buiten verband met de school. Verzorging nu van het lichaam is zeer zeker noodig, en ook in den bloeitijd der Gereformeerde beginselen had men er oog voor, en sprak men van „ontfangst en onderhoud van jonge bequame studenten" — maar dit is niet het onderscheidend kenmerk van een „hospitium". Dit toch is van hooger conditie: het is een vriendelijk tehuis in leeren en leven, en moet dan ook als zoodanig een planthof zijn in den hof der wetenschappen. Zoo is het Collegium theologiae te Leiden gesticht „tot goede kennis en „Einheitlichkeit" en opdat de Christelijke Gereformeerde religie vruchtbaar mocht worden gemaakt tot leer en oefening, tot stichting en onderwijzing, en opdat er afbreuk aan dwaling en ketterijen geschiede". Allereerst voor de inwonenden, maar ook voor die buiten woonden, die den lof der studiën wenschen te versieren met een zedelijken en godvruchtigen levenswandel. Alzoo een „queeckhof", „waarin de jongelingen van jongs op in talen, wetenschappen en de ware religie geoefent, en waarin ze met wapenen om de waerheijt voor te staen en de leugen te bestrijden, voorsien souden worden, waeruijt comen mochten campioenen om 't Christenrijck vromelic te beschermen en de tyi-annie des antichrists
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Jaarboeken | 177 Pagina's