Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Vijftiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 43

3 minuten leestijd

zonen wenscben opgevoed en onderwezen te hebben; dat eischt de vrijheid van geweten. Dit recht is het oorspronkelijke; alles wat aan dit recht derogeert, is door staatslieden en wijsgeeren uitgevonden om hunne staatsidée te verwezenlijken. Dit recht, en dus de vrijheid van geweten, wordt door het tegenwoordige systeem van Openbaar Onderwijs geschonden. De vrijheid van het Hooger Qnderwijs beteekent alleen, dat wij niet met boete of gevangenisstraf bedreigd worden, wanneer wij voor onze zonen uit eigen middelen een hoogeschool oprichten naar ons geweten. Voor het overige worden wij totaal genegeerd. Zelfs het recht om te getuigen, dat een jongeling op het Christelijk Gymnasium Latijn leert, wordt aan den Rector van dat Gymnasium niet gegund. Dat nu is onbillijk en onrechtvaardig, en bevordert geenszins vrede en eendracht tusschen de burgers van hetzelfde vaderland. Al wat men ter verdediging van dit stelsel aanvoert, houdt geen steek; het staat in verband met een onjuist Staatsbegrip. Daarom is het in den tegenwoordigen tijd een billijke eisch, dat aan het Vrije Hooger Onderwijs de rechten niet worden onthouden, die het Openbaar Hooger Onderwijs geniet. Wij wenschen geen voorrecht, maar gelijk recht, en verlangen, dat dit erkend worde. Laat men bepalingen maken, waaraan het Vrije Hooger Onderwijs voldoen moet, om erkenning voor zijne rechten te erlangen; maar alleen zulke bepalingen, die aan het beginsel van dit onderwijs niet te kort doen. Het is zeer wel mogelijk zulke bepalingen te vinden, wanneer men van het recht van het Vrije Hooger Onderwijs maar eerst overtuigd is en daarvan uitgaat. Dan zal men ook aan het Vrije Hooger Onderwijs subsidie moeten geven, natuurlijk onder de noodige controle. Verder zal ook wat de examens betreft de rechtsgeldigheid moeten worden erkend. Spreker herinnert in dit opzicht aan de voorstellen van de Staatscommissie van 1849 tot reg'eling van het Hooger Onderwijs, in welke voorstellen zijns inziens gedachten voorkwamen, die ook nu nog ernstige overweging verdienen.Die commissie, waarin o.a. ook Opzoomer zitting had, wenschte vrije scholen met vrije inrichting mogelijk te maken. Tegenwoordig echter staat, wat de rechten in ons land betreft, het Vrije Hooger Onderwijs hier te lande ten achteren bij het Vrije Hooger Onderwijs in het buitenland en in onze Overzeesche bezittingen en koloniën, waaraan onze wet rechten toekent, die wij hier in ons land niet bezitten. Ook de derde stelling meent de spreker, staat in rechtsstreeks verband met de beide vorige. Te groote specialiseering van het wetenschappelijk onderwijs moeten wij bestrijden. Daartoe is het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Jaarboeken | 192 Pagina's

Vijftiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Jaarboeken | 192 Pagina's