Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 80
Lausanne, toe de studenten, voor zoover zij gebleven waren, acMer geestdriftig met de afdwaling van hun hoogleeraar waren meegegaan, en hem later in het practische leven niet controleerden, maar deden triomfeeren over zijn Curatoren. Slechts één middel is denkbaar, om zekere afdoende controle :mogelijk te maken, en dat bestaat hierin, dat men den hoogleeraren de verplichting oplegt, van niet vrij te spreken op het •college, maar woordëlijh al wat zij te zeggen hébhen op te schrijven en voor te lezen. In Duitsehland was dit lange jaren zoo, ^en het is op die wijze dat de regeering op grond van bijeengezochte en geheel eensluidende dictaten, de bekende hoogleeraren te G-öttingen van afwijking overtuigd en ontslagen Tieeft. Dit middel bestaat intusschen aan onze Universiteit niet, en :m.en zal zich wel tien malen bedenken, eer men het invoert. Dat uur aan uur woordelijk dicteeren, hoewel bij enkele vakken -denkbaar, ware bij de meeste vakken doodelijk voor spreker <en hoorders beide. Doch zelfs al werd dit straffe middel te baat genomen, dit zou wel Directeuren en Curatoren, maar niet de leden der Ver•eeniging helpen, daar wel Directeuren en Curatoren, maarniet ;zij de bevoegdheid zouden hebben om de dictaten op te eischen. De feitelijke toestand is dan ook, dat noch Directeuren, noch "Curatoren, noch hoogleeraren van elkander, noch leden, noch begunstigers, met eenige doeltreffende zekerheid weten kunnen, wat er door de hoogleeraren aan een Universiteit wordt onderwezen. Hierop wordt eerst dan eene uitzondering gemaakt, indien •een hoogleeraar de uitkomst van zijn wetenschappelijk onderzoek, met aanwijzing van en afleiding uit de beginselen, en :m.et toepassing van die beginselen op de stof die op de colleges behandeld wordt, door den druk gemeen maakt. Dan toch mag Nondersteld, dat er overeenstemming bestaat tusschen het geleerde .op de colleges en het geleerde in geschrifte, en komt alzoo lietgeen noodig is voor het vellen van een oordeel onder publiek bereik. Niet natuurlijk door elk geschrift, maar wel door zoo•danig wetenschappeHjk werk, dat de beginselen, de algemeene hegrippen en de afleiding dier begrippen aan de orde stelt. Tot zulk eene publicatie is echter geen enkel hoogleeraar ambtshalve verplicht. Hij kan het doen, maar ook laten; en de onderviading aan alle Universiteiten leert, dat gemeenlijk hoogstens één tiende der hoogleeraren tot publicatie van zoo principieele uiteenzettiagen pleegt over te gaan. In dagen van oppervlakkigheid waagt men zich hier lichter aan, gehjk b. v. <de Groninger richting reeds ia de eerste jaren van haar op-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's