Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 86

3 minuten leestijd

liXXSIV

der Vereeniging reeds door hun optreden een votum van wantrouwen tegen de Curatoren uitbrengen. H u n zou het betrekken van de wacht niet toekomen. Cui'atoren zouden alleen het gegeven onderwijs als zoodanig te beoordeélen hebben. E n wie zijn ongerustheid motiveerde met hetgeen in het practisch optreden der hoogleeraren te bespeuren viel, zou reeds daardoor toonen, dat het hem niet om dat onderwijs te doen was, maar. dat eene aan dat onderwijs geheel vreemde overweging hem leidde. Daarom moest hier methode tegenover methode gesteld, en uw beter oordeel besHsse, welke dier beide, de door mij aangeprezene of door mij bestredene methode, het meest in overeenstemming is met uw statuten: höt beste strookt met uw eigen inspraak; en ons het veüigst door de banken en klipjpen kan doen heenzeüen. De wacht iij het beginsel moet ook door de leden zelven betrokken, en zij als leden kunnen dit niet anders doen dan op gronden, ontleend aan hetgeen uitkomt in de praetijk des levens. Hierbij laat ik het, en onthoud mij opzettelijk van elke toepassing. Slechts op één punt beloofde ik nog tot het concrete te komen. Mij is op Seinpost door den heer Lohman in diezelfde aanklacht verweten, dat ik nog in '90—'91, toen hij minister werd en als minister aftrad, zijn onderwijs had helpen ijken. Ziehier de waarheid. Van het eigenlijk onderwijs van den heer Lohman wist ik uit het onderwijs zelf in 1890 niets, en weet ik nóg niets; wel wist ik, dat hij ten leste wankel stond op het stuk der beginselen. Dat dit tot principieelen strijd zou kunnen, misschien zou moeten leiden, voorzag ik zeer wel, al gaf ik de hope niet op van een samensmelten in hoogere eenheid. Maar als zijn ambtgenoot en viiend, achtte ik het niet goed, en niet betamelijk, van zijn ministerschap gebruik te maken om hem en de Universiteit te scheiden. Het was mijne overtuiging, dat het ministerschap als intermezzo hem niet schaden mocht in zijne positie. E n daarom heb ik er toen op aangedrongen, eerst dat men hem niet ontslaan zou maar op non-activiteit stellen, en daarna dat men hem zonder voorbehoud in zijne positie zou herstellen. Heb ik hierin misgezien, het worde mij vergeven. Dit weet ik, dat ik uitsluitend uit vriendentrouw en ridderKjken zin destijds alzoo gehandeld heb. E n dat dit zoo is, weet ik niet alleen, maar, wat meer zegt... weet mijn God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's