Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 50

3 minuten leestijd

XLTIII

steeds bekend geweest. I n „mijn antwoord", blz. 24/5, heb ik aan mijn vroegere geschriften herinnerd. Het is niet beweerd, veel min bewezen, dat ik thans anders oordeel, dan vóórdat zij die mij nu veroordeelen mij aanzochten mij aan de V. U. te verbinden. Men wist dat ik, evenals Mr. Groen van Prinsterer, bij de studie van het Staatsrecht de historische en niet de dogmatische methode op den voorgrond plaatste. Men wist ook, dat ik, krachtens de statuten, den hoogleeraar in de rechten aan niets gebonden achtte, dan aan de Heilige Schrift, opgevat naar der Gereformeerden belijdenisschriften. E n thans — om welke reden laat ik hier in het midden — verklaart men, zonder te onderzoeken of hetgeen ik hieromtrent beweer overeenkomstig de waarheid is, dat het onderwijs in het Staatsrecht aan de V. U. niet aan mij kan worden toevertrouwd. E n zulks, zonder dat ook maar één gereformeerd ieginsel ivordt genoemd, waarmee mijn onderwijs in strijd zou zijn! De Commissie geeft op blz. 41 eene uitlegging aan art. 2 der Statuten als de eenig mogelijke; maar zij weerlegt met geen enkel woord hetgeen ik in „mijn antwoord", blz. 66, alsmede blz. 46/7, schreef over hetgeen tijdens de oprichting der V. U. door Dr. Kuyper zelven dienaangaande geleeraard is. W a t Dr. Kuyper daar zegt over de onverbindbaarheid der formulieren geldt zeker a fortiori van nog onbekende en nog niet vastgestelde beginselen. ' I k betwist dan ook ten stelligste, dat de opvatting der Statuten door de Commissie de historisch eenig juiste is, zooals Dr. Kuyper in de Heraut ~S°. 966 schrijft, en kan nog meer feiten aanhalen dan reeds aangehaald zijn, ten bewijze dat ik van den aanvang af met raedeweten van Directeuren en Curatoren beweerd heb, dat een hoogleeraar in de rechten enkel aan de Heilige Schrift en hoogstens aan de kerkelijk vastgestelde Formulieren van Eenigheid is gebonden. ' I k protesteer in de vierde plaats tegen het meten met twee maten. Op meer dan ééne plaats wordt er mij een verwijt van gemaakt, dat ik rdet instem met Calvinistische of gereformeerde opvattingen. Zie b.v. blz;. 14 („De voorstellers van de enquête — te doen voorstaan"); blz. 15 („Waar is het enz."). Evenzoo ten aanzien der doodstraf. I n mijn antwoord, blz. 83, wees ik er op, dat Dr. Kuyper, bij eene soortgehjke quaestie, precies dezelfde wijze van argumenteeren volgt als Ik deed, en op blz. 94, dat die hoogleeraar leert, dat Calvijn van het gereformeerde beginsel is afgeweken, en dat zijne volgelingen deswegens door God zijn gestraft geworden. De Commissie heeft noch de onjuistheid mijner opmerkingen aangetoond,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 50

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's