Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 82
LXXX
gave van Grods hand meent te kunnen ontvangen; Zoo lang: de wetenschappelijke ontwikkeling van het beginsel in de hoofdlijnen nog moet worden vastgesteld, kunnen uit dien hoofdenoch Curatoren noch Directeuren in de benoemingen, die zij. doen, volledigen waai?borg leveren; daargelaten nu nog, dat zoo menig hoogleeraar, door wat hemzelven ontwikkeling scheen,, feitehjk op den katheder meer af zwierf dan toenaderde. En wet is daarom aan Curatoren opgedragen, ook verder toezicht op het onderwijs te houden; maar gelijk ik zoo straks aantoonde,, missen zulke Curatoren, zoo goed als de leden, de gegevens,, om, indien een hoogleeraar niet uit eigen beweging tot het uitgeven van priacipieele en systematisch ineengezette werken overgaat, te beoordeelen, wat er feitehjk door hem onderwezen wordt. Ze kunnen zeker bij hem informeeren, raaar wat geeft; dit ? En het informeeren bij studenten is een uiterste toevlucht,, waartoe men niet overgaat, tenzij reeds sterk vermoeden van. verkeerdheid gerezen zij, en van elders geen besHssiag is te. krijgen. Wat volgt nu hieruit? "Wat moet dan onze slotsom zijn, dat de leden der Vereeniging van het betrekken van de wacht bij het beginsel, als; onuitvoerbaar, afzien? Ware dit zoo, dan ware hiermede de Vereenigiug als zoodanig geoordeeld, en zou ons niet anders overblijven, dan ootmoedig te erkennen, dat de stichting der Vrije Universiteit eene vergissing is geweest. Memand toch heeft het recht, op den grondslag van een heihg historisch beginsel- zulk een stichting in het leven te roepen, indien elk middel van verweer ontbreekt tegen het gevaar, dat diezelfde stichting straks dienstbaar worde aan de verzwakking of bestrijding van het begiasel dat men in zijne banier schreef. Maar zoo staat dan ook de zaak gelukkig niet, en de wacht bij het beginsel kan zeer wel door de leden zelven, gehjk plichtmatig is, betrokken worden, mits zij niet grijpen naar' wat voor hen te hoog is, maar zich bij hun eigen leest houden, en niet anders willen zijn dan mannen van de practijJc. De leden onzer Vereenigiag zijn geen wetenschappehjk gevormde mannen, maar practische mannen ia de maatschappij.. Wat hen dreef en bezielde om tot de stichting van de Vrije Universiteit over te gaan, was de practische nood des levens. ^ Bij den bidstond, in 1880 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam gehouden, werd zoo juist ter snede tot tekst het woord uit Samuel gekozen: Er was te dien dage geen smid in Israƫl.. Het Grereformeerde volk stond als een weerlooze hoop in den.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's