Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 60
Lvin ontbrak om zich duidelijk en klaar genoeg uit te spreken; — dat sinds echter dit verschil voor den dag gekomen is, en de Vereeniging het haar voorgeschreven middel heeft aangewend, om het noodige licht hierover te ontvangen; — dat dit licht voor haar is ontstoken, en zij bij dat licht zich principieel over het hangende geschil met zoogoed als eenparige stemmen en op eene wijze voor geen tweeërlei opvatting vatbaar heeft uitgesproken; — en ten laatste dat na deze gevallen beslissing heel de Vereeniging, en met haar Directeuren en Curatoren, niets vuriger zouden begeeren, dan dat Professor DE SAVOENIN LoHMAN uit volle overtuiging zich tot de gevoelens der Vereeniging bekennen mocht; maar ook, dat, zoo hij als eerhjk man verklaart dit niet te kimnen doen, de Vereeniging harerzijds dan ook niet langer den dienst van zijn onderwijs genieten kan. Logisch volgt hieruit, dat bij dezen stand van zaken slechts drieërlei mogelijk was: óf dat Professor DE SAVOENIN LOHMAN
openlijk verklaarde in overtuiging gewijzigd te zijn: óf dat hij zelf heenging; óf dat de Vereeniging hem ontsloeg. Tot dit laatste echter behoefde de Vereeniging, en dit verheugt ons, niet over te gaan, nu Professor DE SAVOENIN,LOHMAN openlijk en pertinent verklaard had heen te zullen gaan; en het is alleen in afwachting van de uitvoering van dit stelhg aangekondigd voornemen, dat de Curatoren zich deze maanden van het nemen van eenigen naderen maatregel onthouden hebben. Bij zulk een geheel natuurlijken loop van zaken, die zijn oorzaak alleen vindt in onze menschelijke beperktheid, behoeft noch van de eene, noch van de andere zijde van min goede trouw, of min zuivere eerlijkheid sprake te zijn; en han niet alleen, maar moet al wat naar harde woorden of scherpe uitdrukking gehjkt, beiderzijds worden gemeden. Aan de hardheid zelve die in zulk eene droeve uitkomst hgt, is echter niet te ontkomen, tenzij men overga op het standpunt der Rijksuniversiteiten, elk beginsel op zij zette, en de richting van het hooger onderwijs alleen door een minister bepale late. Al betreuren Curatoren dan ook het feit, dat Professor DE SAVOENIN LOHMAN ook in dit stuk Professor K U Y P E E nogmaals in het geding mengt en een nieuwen aanval tegen hem richt, zoo wenschen zij hunnerzijds, juist ter vermijding van al wat prikkelen kon, hierop niet in te gaan. Moet thans ook naar uwe overtuiging alle hoop, dat Professor DE SAVOENIN LOHMAN alsnog van zijne dusver gekoesterde overtuiging aflate, en tot die der Vereeniging met vollen harte zal overkomen, helaas, als ijdel worden beschouwd, dan kunnen Cm-atoren u niet anders adviseeren, dan op het door Professor DE SAVOENIN LOHMAN ingediende verzoek in toestemmenden'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's