Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 74
Lxxn Door die mannen voorgelicht, en kennende ook in dezen de ,'geboden des Heeren, kan ons volk, waar het wandelt in de vreeze G-ods, het zout der aarde zijn. Maar zonder den arbeid •eener juridische faculteit loopt het gevaar, smakeloos zout te worden. Daartegen te waken ia de kracht des Heeren is de .sohoone taak onzer juridische faculteit; en zóó arbeidt zij in •waarheid aan het heil des volks. (Toehiiching.) Met aandacht was deze rede, die de inleider zeer bekort had, (en die we hier slechts beknopt weergegeven hebben, door de vergadering aangehoord. De voorzitter der meeting. Prof. WoÜj'er, opent het debat. Memand meldt zich voor het debat aan. De Voorzitter constateert nu, d a t de VereenigingvoorHooger Onderwijs op G-ereforaneerden grondslag wederom de gelegenheid heeft gegeven aan tegenstanders, om onze beginselen in het openbaar te bestrijd e n ; maar dat de tegenstanders van die gelegenheid geen gebruik hebben gemaakt. Daarna spreekt hij een woord van dank aan den inleider en sluit de meeting.
VEEVOLG VAN DE JAAEVBKGADERING.
Wij zullen thans ons verslag van de Jaarvergadering voortzetten. Nadat een telegram van dank van Prof. Fabius is voorgelezen, ontvangt Dr. Schot het woord om zijn nadere toelichting v a n de motie te voltooien. Hij erkent, dat zijn motie en die van de Commissie hetzelfde effect zidlen kunnen hebben; maar, vraagt hij, waarom is er dan bezwaar om de mijne aan te nemen? Het is een quaestie van methode, waarover het geschil loopt; mien begrijpt elkander niet juist; er is misverstand in het spel; en het inzicht der Commissie in de zaak acht spreker niet juist. Men heeft, en dit m a g niet vergeten worden, bij de motie der Commissie te denken aan een inleiding, aan een wordingsgeschiedenis, die aan haar voorafgaat. Spreker heeft nog veel hoop dat de zaak te middelen is; maar dan moet men de motie der Commissie niet aannemen, want tegen haar is Prof. Lohman vooringenomen. Daarom haar niet aangenomen; men bedenke, dat het plicht is, met de broederen zoo zacht mogelijk te handelen. De heer W. Sovy ondersteunt de woorden van Dr. Schot. Prof. Lohman vreest van de aanneming der motie der Commissie, dat men hem onder conscientiedwang knellen zal; laat ons daartegen waken; hem doen zien, dat men dat niet wil en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's