Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 52

3 minuten leestijd

t

op blz. 25, wordt daarvoor iets anders in de plaats geschoven; n.l. dat volgens mij niet zou behooren onderzocht te worden, welke beginselen in de gereformeerde kringen tot uiting zijn gekomen. (Zie boven, onder punt 2.) Toch had ik in mijn antwoord, bl. 55 en volgg. en in mijn brief van 4 Februari (Rapport, bl. 58) zoo stellig mogelijk gezegd, dat het de inleiding en de wordingsgeschiedenis der bekende 17 stellingen waren, die mij onderwerping aan die stellingen verboden, — Op blz. 25 staat, dat volgens mij „niemand kan zeggen wat gereformeerd is dan eene gereformeerde synode", doch blz. 47 van „mijn antwoord" spreekt van ,,bindend voor den gereformeerden naam", en wat daar verder uit Dr. Kuypers geschriften wordt aangehaald. Terzelfder plaatse zegt het Rapport, dat volgens mij „de gereformeerde aan geene traditie gezag mag toekennen"; bl. 30: „dat men bij het onderzoek naar het fundament geenerlei gezag zou mogen toekennen aan hetgeen anderen reeds in onderworpenheid aan Grods Woord daaromtrent geleeraard hebben"; bl. 39: „dat ik aan het Calvinisme geene dogmatische beteekenis toeken"; op alle welke plaatsen door mij van een de conscientie bindend gezag wordt gesproken, terwijl ik steeds erkend heb, rekening te moeten houden met wat andere Calvinisten beweerd hebben. Zijn — dit is mijne bewering — de gereformeerde beginselen waarvan art. 2 spreekt de beginselen die ik, gereformeerd hoogleeraar, zelf te goeder trouw uit Gods openbaring in Schriftuur en ISTatuur afleid, of omdat ik er persoordijk mee instem van anderen overneem; waarop ik dus ('t zij in overeenstemming, 'tzy in strijd met wat andere gereformeerden beweren aan 't licht te hebben gebracht) raijn onderwijs doe berusten, dan moet de Vereeniging de vrijheid in mijn onderwijs eerbiedigen, en heeft zij geen recht mij ter verantwoording te roepen, zoo lang zij niet kan aantoonen, dat ik bij mijn onderwijs Gods Woord ter zijde stel of in strijd met de Gereformeerde Belijdenis uitleg; meent de Vereeniging daarentegen, dat mijn onderwijs (ofschoon uitsluitend der waarheid dienstbaar) niettemin krachtens de Statuten zich ook gebonden moet achten door hetgeen — niet de gereformeerde kerk — maar zij zelve en andere menschen voor conform de gereformeerde beginselen houden (ook al strijdt dit met mijne conscientie of wetenschappelijke overtuiging) en (zonder dat beweerd, veel min bewezen wordt) dat mijn onderwijs in strijd is met Gods Woord, dan — maar ook dan alleen — moet ik erkennen haar met mijn onderwijs niet te kunnen dienen. Door de voorgestelde motie aan te nemen, zult Gij U voor laatstgemelde bewering hebben uitgesproken. A. F .

DE SAVOBNIN LOHMAN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's