Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 66
LXIV
Met geen woord, geen syllabe is dus geschreven, wat Prof. Lohman beweert. De bedoeling van deze woorden is in De Heraut zelf nader aldus toegelicht: „Wat toen centraal, voor alle geestehjk leven, plaats greep, herhaalde zich sinds telkens weer, en keert ook nu terug op één der punten van den omtrek." Dat is immers duidehjk. I n de historie der eeuwen doet zich immers het verschijnsel voor, dat geen lichaam ia de wereld intreedt, geheel volmaakt. De Kerk treedt op, doch zonder geheel gereed te zijn, en allerlei geesten sluiten, natuurlijk volkomen te goeder trouw, zich bij haar aan. Hoe hebben de Christenen die mannen ontvangen? Ze zijn als broeders begroet en geëerd. Maar het bleek later, dat allerlei ketterij was ingeslopen, waartegen Q-od de Heere steeds heeft gestreden met de rechterhand van Zijn troon; en de historie is daar om te bewijzen, hoe dikwerf toen mannen heengingen, op wie men zoo schoone hope had gebouwd. Daarop wees spreker, toen hij zijn artikel schreef; en dat wilde hij duidehjk maken, toen hij gewaagde van de bittere ervaring, die Christus centraal, voor heel het leven had doorgemaakt, en die telkens weer op allerlei punten van den omtrek terugkeert. Christus de Heere heeft alle Zijne discipelen liefgehad; ook Judas. Ze zijn allen heengegaan, toen Hij de pers alleen heeft getreden. Hebt elkander lief, geHjk Christus ulieden liefgehad heeft, zegt de Schrift; maar beteekent dit nu, dat wij allen voor elkander moeten sterven ? Immers neen. Maar de ervaring van Christus is toch wel die van menschen, die van Jeremia; ook die van Paulus; ook die van onzen Oranjevorst Willem I I I , die ten slotte geheel alleen heeft gestaan, zooals zijn jongste geschiedschrijver aantoont. W a a r staat nu in De Heraut, wat de heer Lohman zei ? Spreker tart ieder die beschuldiging waar te maken. Heeft ons, zoo vraagt hij ten slotte, heeft ons de loop der eeuwen van de Lutherscheu gescheiden, ja dan neen? Ja, immers. Maar het zal daarom toch bij geen man van verstand, bij geen man die doordenkt opkomen, om te zeggen, dat de Lutherschen Jezus hebben verlaten. Welnu, zóó min heeft spr. iets dergelijks van den heer Lohman gezegd. (Toejuiching.) Thans ontvangt de heer W. Hovy het woord. Spreker, hoewel lid der Enquête-commissie, kon haar conclusie met onderteekenen. Zeer waardeert hij het werk dier Commissie; haar bedoeling was goed, maar haar conclusie is verkeerd. Zij kan en mag dan ook niet door de vergadering worden aangenomen. Prof. Lohman heeft nimmer anders dan den Q-ereformeerden grondslag gewild, plaatste zich steeds op den boden der Formuheren van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's