Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 72
LXX
kunsten en wetenschappen; van den koophandel; in 't kort, op het terrein van het gansche maatschappelijke leven. Veel is er voorts, dat naar ons inzien hervormd worden moet; maar de vraag is: hoe te hervormen; dat moet geschieden naar de juiste wijze en naar de juiste inzichten. En dat laatste is alléén mogehjk, wanneer wij het recht beoefenen in verband met zijn oorsprong, met zijn bron; in verband daarmede hervormd, zal de rechtsbedeellng dan ook niet tegen den wil en het "Woord van Grod ingaan, doch, daarmede in overeenstemming, ons rust en de juiste vrijheid van beweging schenken; waaruit volgt, dat de juridische faculteit aan de Vrije Universiteit eisch der conscientie is als hulpmiddel voor Ohristehjken wandel. In de laatste plaats strekt dan ook zulk eene faculteit tot vestiging en handhaving van het recht en tot heil des volks, In de maatschappij leeft het recht. Voor zoover het onvolledig is, moet het echter gevestigd worden; en voor zoover het aanwezig is, en geheel ontbreekt het nooit, moet het gehandhaafd worden. Ten einde het recht te kunnen vestigen en handhaven, moet men het kennen in zijn oorsprong en samenhang.. Om het recht te kennen moet men nu niet beginnen bij de Overheid. Zijn oorsprong ligt in Ood; en allereerst moet het recht, dat in de maatschappij bestaat, opgespoord worden. Dan eerst komen wij aan de taak der Overheid, wier roeping is het recht in de maatschappij te handhaven. Nu is het natuurlijk noodig niet alleen het recht voor ieder teirein te keimen, maar ook de grenzen, waarbinnen de souvereiniteit in eigen kring dient te worden geëerbiedigd; eene souvereiniteit, die niet straffeloos geschonden wordt, daar zij een gave Grods is, aan iederen kring verleend. Het opzoeken van die grenzen nu is een arbeid, die veel studie en inspanning kost, een werk, waartoe onze juridische faculteit onmisbaar is. Ook hier heeft men het terrein van-het gezin, waar de rechten tusschen ouders en kinderen reeds een grondige studie vorderen ; hier het terrein van het onderwijs, van de Kerk; en hoe een roekeloos ingrijpen der wetgeving op die terreinen tot ongewenschte gevolgen leidt en leiden moet, is duidelijk. Evenzoo ook het terrein voor handel en nijverheid, landbouw en. arbeid. ,^l^^ Ons rechtsbeginsel te laten doorwerken op alle terrein, het schijnt in de oogen van velen een onbegonnen werk; en toch mag onze juridische faculteit haar ideaal niet lager stellen. Reeds bij oppervlakkige beschouwing zal het deze vergadering duidelijk zijn, dat bijv. onze rechtsbeschouwing in het han-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's