Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 71

3 minuten leestijd

Lxrx Maar hoe ook, nimmer mag het middelpunt uit het oog wordden verloren; mag het verband met den oorsprong worden losgelaten. W a n t gaat dat verband teloor, dan mist onze wetenschappehjke arbeid wat hij nimmer ontberen m a g ; dan is hij niet overeenkomstig de waarheid; niet tot eer van Grod. Nu komende tot het tweede deel der stelling: „hulpmiddel voor Ohristelijken wandel," wijst Spr. er allereerst op, dat de heoefening der wetenschap niet tot hoofddoel heeft de vorming van den man voor de praktijk des levens. Zeker moet men ook m e t het verrichten van wetenschappehjken arbeid zijn brood i u n n e n verdienen; maar het doel van dezen arbeid mag dit nimmer zijn. Men beoefent de wetenschap om haar zelve; en ^00 verkrijgt men vanzelf dienaars des rechts, doch die in de allereerste plaats, met het oog op ons uitgangspunt, dienaars Gods hebben te zijn. Dienaars Q-ods. E n let men nu eens op de rechtsbeschouwing, die aan de openbare Universiteiten wordt gehuldigd, dan zal het dadelijk in het oog springen, hoe die beschouwing invloed heeft op de gansche maatschappij. Het is duidelijk dat, met aan de voorschriften der wet te voldoen, alles nog niet in orde is; daarmee is de Christen allerminst voldaan. Immers het is zeer wel mogehjk, dat de wetgeving zelve verkeerd is, dat er strijd is tusschen haar en de geboden Grods. Nu heeft men in de eerste plaats zich er rekenschap van te geven, dat de Christen tegenover Q-od verphcht kan wezen aan de Overheid ongehoorzaam te zijn, wanneer zij iets gebiedt, «dat Grod verbiedt. Maar de regel is, dat men ook aan eene slechte Overheid gehoorzamen moet. Hoe zal men uitmaken, in welke gevallen aan de slechte Overheid gehoorzaamheid kan onthouden worden; hoe zal men •daarbij ook de vermaning van Petrus' les betrachten, dat men lijden moet als een Christen en niet als een die zich met >eens anders doen bemoeit; en, als dat duidelijk is gemaakt, hoe heeft dan de Christen, ook binnen de grenzen der wet, t e handelen ? Daartoe is de beoefening van de wetenschap des xechts noodig. Het is niet geoorloofd aUes te doen, wat de wet toelaat; en evenmin is van ons standpunt een handig kruipen door de mazen der wet goed te keuren. Het is ons noodig te weten welke middelen de wet ons aan de hand doet, opdat wij als Christenen een stü en gerust leven mogen leiden. Daartoe is kennis van het recht noodig; en kennis van het recht op velerlei gebied. Hier komen we op het terrein, zoowel v a n de Kerk als van het gezin; van het onderwijs als van de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 71

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's