Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 58
LVI
en van daaruit critiek op het ia ISTederland bestaande uit te oefenen, zoo aarzelen Curatoren niet te verklaren, dat zij deze vraag beslist ontkennend beantwoorden. Alzoo opgevat zou het geen wetenschappelijk hooger onderwijs zijn. Integendeel hetgeen uit de Gr.ereformeerde beginselen voortvloeit, moet evenals die begiaselen zelve, evenzeer a posteriori voor de rechtbank der waarheid gehandhaafd worden, als het a priori door de Vereeniging als waar is aangenomen. Dit onderzoek en die bewijsvoering kan zelfs niet volstaan met op de H. Schrift terug te gaan. I n de Theologische faculteit moet ook de grond van het Schriftgezag onderzocht en waargemaakt worden. J a zelfs de eerste lineamenta en stellingen van waaruit liiervoor het betoog wordt gevoerd, moeten, evenals de methode waarnaar dit geschiedt, tot op den laatsten grond in ons menschelijk bewustzijn getoetst worden. Dit sluit dus ook, op zichzelf genomen, de mogeKjkheid in, dat dit onderzoek tot de overtuiging leidde van de onhoudbaarheid van wat de Vereeniging a priori aannam en beleed. Ware dit zoo, dan zouden de leden, wijl de waarheid bovenal gaat, de Vereeniging ontbinden moeten. Of ook als een Hoog-' leeraar voor zichzelf tot zulk resultaat kwam, maar zonder dat de Véreenigiag hierdoor in hare overtuiging geschokt werd, zoude de Vereeniging standhouden, en hij uit liefde tot de waarheid van haar scheiden. Hoewel Curatoren derhalve de stelling, waarvan Professor DE SAVOKNIN LOHMAN uitgaat, niet slechts beamen, maar zelfs veel te zwak door hem uitgesproken vinden, werpen zij verre van zich niet slechts de beschuldiging, maar zelfs elk vermoeden, alsof de Vereeniging die zij dienen, eenig menschehjk gezag als bindend voor de conscientie van wien ook, aanvaarden zoude. Intusschen kan zich uit den aard der zaak bij zulk eene mechanische saamwerking ook een ander geval voordoen; en zij achten het niet onwaarschijnlijk, dat dit geval hier metterdaad aanwezig is. Het kan namelijk gebeuren, en komt meermalen voor, dat zulk eene véreenigiag ineen wordt gezet door broeders, die volkomen ter goeder trouw waanden, dat zij elkander goed begrepen; en dat toch van achter bleek, dat de a prioristische stellingen, die men saam aan eene vereeniging ten grondslag legde, door den een anders dan door den ander verstaan, begrepen en bedoeld zijn. Dit verschil bleef dan daardoor bedekt, dat men begrijpelijkerwijs zich bij de stichting bepalen moest tot het formuleeren van eene algemeene stelling, en dat de gelegenheid ontbrak, om de strekkiag v a a zulk eene stelling in haren vollen omvang voor elkaar af te teekenen. Later komt dit dan vanzelf aan het licht; en het is hieruit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's