Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 67
Eenigkeid; een bodem die ia 1879 ook door De Heraut werd aangeprezen als den eenig goeden, gelijk spreker met citaten uit De Heraut trackt aan te toonen. Zeker, de beginselen moeten worden opgespoord, maar deze motie moet niet worden aangenomen; die van Dr. Sckot aekt spreker verkieslijker. Alles ging aanvankelijk zoo goed. Op 22 Maart 1895 teekende de keer Lokman nog de verklaring van Hoogleeraren; op 27 Juni woonde kij nog de vergaderingvan Hoogleeraren bij, maar toen kwam die ongelukkige aanvraag oin een Conmiissie van enquête, en aUes was afgebroken. Spr. erkent, dat de keer Lokman beter gedaan kad, de vergaderingen van Hoogleeraren te blijven bijwonen ; ket is sprekers wenscky dat er weer toenadering kome, dat er een andere toon worde gekoord. Maar dan neme men deze conclusie niet aan. Die zal den heer Lokman van de Universiteit sckeiden, den man, die in '89 van ons ging om minister te worden, en in '91 terugkeerde, ook onder goedkeuring van Dr. Kuyper. Hij schreef nog in '93 zijn werk: „Volk en Overheid," waarvan niemand zei, dat het niet Gereformeerd was. Daarom, niet de motie van de Commissie. Aan Dr. Kuyper brengt spreker zijn dank voor de toelichtiag, die deze gaf op de ziasnede uit De Heraut No. 966. Die toelichtiag doet spreker goed; en hij wil erkennen, dat de bedoelde woorden uit De Heraut ook hem pijnlijk kadden aangedaan. Mr. Th. Heemsherh, secretaris der Enquête-commissie, ontvangt tkans ket woord. Hij wijst er allereerst op, dat de keer Hovy, koewei deze de conclusie der Commissie, niet onderteekende, kaar tock heeft goedgekeurd; want Rapport en conclusie zijn ia een veijgadering der Commissie met algemeene stemmen aangenomen. Spreker gaat daarna verschillende opmerkingen na, die Prof. Lohman in zijn geschreven protest over den arbeid der Oommissie maakt, en betoogt, dat de heer Lohman niet te klagen keeft. Zijn klackten werden gepubliceerd, de opmerkingen van Dr. Kuyper niet. Verwijt Prof. Lohman de Commissie, dat zij met twee maten keeft gemeten, dan vergeet hij, dat haar was opgedragen, naar de beginselen van den heer Lohman een onderzoek te doen; met die van Dr. Kuyper had de Commissie niets te maken. Met tal van citaten uit de brochure van den heer Lohman en uit het Rapport der Commissie toont spreker ket bestaande versckil aan, en wijst er op, dat men niet kan aantoonen, dat de heer Lohman de Gereformeerde begiaselen wil leggen ten grondslag van zijn onderwijs. Zijn methode is niet de ware. Dë verklaring van Hoogleeraren, ia 1895, was het begia om 5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's