Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 43
XLI
zaam is om de menschen te overtuigen en h u n alle onschuld t e benemen". "Want niet alleen liggen de beginselen voorwerpelijk niet meer zuiver en ongeschonden voor ons, maar ook ons eigen kenvermogen is niet meer zooals het ons bij de schepping gegeven was. Wij zijn verduisterd in 't verstand, vervreemd van Q-od, afkeerig van hart geworden; wij zoeken van nature onszelven, maar niet de eere Grods, ook niet op het terrein van kennis en wetenschap. Zelf groot te zijn en naam te hebben onder de menschen, daarin verlustigt zich het natuurlijke h a r t ; en waar Q-od de gaven en talenten geschonken heeft om dieper door te dringen in de beginselen, daar komt de mensch toch uit zichzelven nooit tot de kennis der ware en zuivere beginselen. Om daartoe te komen is tweeërlei noodig: ten eerste dat die begtaselen voorwerpehjk weer zuiver worden gesteld, en in de tweede plaats, dat onderwerpelijk ons kenvermogen alzoo worde gezuiverd, dat het die beginselen kan kennen, en dat het hart alzoo worde gekeerd, dat het dorst naar de kennis dier beginselen; en beide kan nooit en nimmer uit den mensch komen, maar alleen uit Grod. Hij gaf ons, in Zijne bijzondere genade. Zijn "Woord en getuigenis, waarin Hij ons Zijne waarheid voorwerpehjk bekend heeft gemaakt; Hij werkt door Zijnen Geest de wedergeboorte en de verlichting, de verlichte oogen des verstands, waardoor onderwerpelijk de waarheid wordt erkend en aangenomen. Het is die G-eest, die in de waarheid leidt en die door dat Woord ons ook leidt tot de kennis der beginselen, op elk gebied des levens en der wetenschap. Die beginselen zijn in dat Woord ons gegeven. Maar ook hier, in de herschepping, werkt G-od evenals in de schepping. Adam had niet alle kennis, maar hij had het vermogen om alles zuiver en goed te leeren kennen; zoo ook geeft de Heere in de wedergeboorte niet alle kennis, maar het vermogen om te kennen, en ia Zijn Woord alles waarop die kennis gegrond moet zijn: geschiedenis, profetie, lied, leer, vermaning. Dat Woord geeft ons de rechte beginselen, maar niet altijd ia dien vorm, dat de beginselen als zoodanig worden uitgesproken. Om dat onderscheid te doen gevoelen, herinner ik u slechts aan de wet der tien geboden, waarvan de Schrift zelf ons de twee beginselen noemt: Grij zult den Heere uwen Q-od liefhebben boven alles en uwe naasten alsuzelven. Toch kunnen ook die geboden ieder afzonderlijk als beginselen worden beschouwd, in zooverre als zij ieder voor zich voor een geheelen levenskring den regel voor ons handelen aangeven, op de wijze, zooals onze Heidelbergsche Catechismus dat leert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's