Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 36
opgedragen, daar Prof. Fabius, hoewel ia beterschap toenemende, toch niet in staat was tegenwoordig t e zijn. Te ruim 9 uur trad Prof. Woltjer achter de bestuurstafel, en deed zingen het vierde vers van Psalm 138. Daarna las de Voorzitter Ephese 4 voor, waarop hij de volgende rede hield. 'Van harte heet ik U welkom, Broeders en Zusters, die van alle oorden des lands naar Frieslands hoofdstad zijt opgekomen ter jaarvergaderiag van de „Vereenigiag voor Hooger Onderwijs op G-ereformeerden grondslag". 't Blijft altoos nog op den bodem van ons lieve Vaderland een eenig verschijnsel, dat zulk eene groote schare van heiade en verre samenstroomt, om de belangen eener school voor Hooger Onderwijs te bespreken; om te onderzoeken, w a t voor den bloei eener Universiteit gedaan kan worden door vrijwillige samenwerking van mannen en vrouwen, die zelven voor het grootste deel nooit met Hooger Onderwijs in rechtstreeksche aanraking zijn geweest en toch de hooge beteekenis der wetenschap voor het leven van het volk in kerk en maatschappij met woord en daad erkennen. Wij hopen en verwachten dat ook Rome, dat zoo machtig heet en groot, maar nog steeds zijn onmacht toont om t è komen tot" de stichtiag eener Universiteit, die het in ons Vaderland niet minder wenscheHjk achten kan dan elders, waar het ook, onaf hankehjk van den Staat, zijne eigen Hoogescholen stichtte; wij hopen, dat allen, die uit één geestehjk begiasel wenschen te leven, nog eens 'den moed en de kracht mogen erlangen, om met ons te strijden voor de vrijheid van het Hooger Onderwijs en ia dit opzicht te doen als wij. Jk. zeg dit, ofschoon de Vrije Universiteit in opspraak gebracht is, als zou zij niet vrij zijn, omdat zij, zoo beweert men, de vrijheid van het woord niet eerbiedigt. Maar, ronduit gezegd, ik begrijp het niet, hoe men ter wereld zoo spreken kan, wanneer men alleen maar acht geeft op den naam onzer Vereenigiag. Die naam zegt toch 'duidehjk genoeg, dat zij niet alleen vrij wil zijn, vrij namelijk in tegenstelbng met de Universiteiten van den Staat, maar dat zij geheel en al wil staan op den grondslag der Q-ereformeerde begiaselen. Zij lian en mag geene andere vrijheid geven, dan eene vrijheid bianen deze grenzen. "Wil iemand dezen grondslag niet, dan begrijp ik. zeer goed, dat hij zich aan de Vrije Universiteit niet vrij gevoelt; wie de Gereformeerde begiaselen behjdt, kan zich evenTUin .vrij gevoelen aan eene Roomsche Universiteit; maar is het bülijk daarover te klagen? 't Is reeds honderdmaal gezegd, dat eenvisch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's