Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 78

1 minuut leestijd

LXXVI

DE WACHT BIJ HET BEGINSEL.

'Geachte medeleden en

begunstigers!

AcMer mijn naam stond op het agendum voor deze Jaarvergadering geen onderwerp opgegeven. Ik meende slechts als •.reserve dienst te zullen doen, en zoogoed als nog nimmer ^kwam op onze Jaarvergaderingen de reserveman aan het woord. "Waartoe >dan een onderwerp aan te geven, waar toch niets >van komt? I n dezen stand van zaken bracht intusschen het sedert rond:gedeelde Jaarverslag verandering. Daarin toch staat op blz. Lviii voluit afgedrukt, hetgeen op Seinpost bij het indienen van het verzoek om een Enquête-commissie door hem, wien dit onderzoek gelden zou, gesproken is. Aan dat korte woord lag ^ene beschouwing ten grondslag over de wijze, waarop de leden <d.er Vereeniging voor de handhaving van het beginsel te waken 'hebben. E n overmits nu deze beschouwing m. i. van het rechte ;spoor afleidt, en zwijgen zoo hcht den indruk van instemmen maakt, scheen het mij niet alleen gewenscht, maar zelfs noodzakelijk, in uw midden opzettelijk de vraag aan de orde te stell e n , op welke wijze de leden der Vereenigiag de Wacht bij ons Beginsel betrekken moeten. Al wat in het toen gesprokene op mij persoonlijk mikte, laat ik natuufUjk liggen. I k zweeg er toen op, en zal er ook nu het zwijgen toe doen, misschien met ééne kleine exceptie aan het het slot van wat ik zeggen ga. "Wanneer ik mij hiertegen ooit verdedig, zal ik het elders en volledig doen. Bovendien, wat in de toenmalige handeling mijn bedoeling en toeleg is geweest, weet alleen de Kenner van mijn hart en dat hart zelf. Een aderde k a n en mag daarover niet oordeelen. Büerover fdus geen woord meer. Maar wat hier wel thuis hoort, en geheel op zichzelf ter sprake kan en moet komen, is de vraag, >die ik zooeven stelde. I n Duitschland vloeide het hart van heel het volk in 1870 uit in het ook u niet onbekende lied van de „Wacht am Bhein": Lieb Vaterland kannst ruhig -sein, Fest stekt und treu die Wacht am Rhein. E n in gelijken ziu wensch ik thans aan u de vraag te stellen: Op welke wijze •door u en mij als leden dezer Vereeniging de wacht bij ons •beginsel dient te worden waargenomen. Het waarnenien van die wacht is even ernstig als moeihjk, Ernstig, want tenzij men met het woord beginsel een onheilig spel drijve, zijn alle beginselen Q-odes, is het iu uw beginisel dat uwe roepiag van Grodswege vastligt, en zou het ver-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 78

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's