Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 48

3 minuten leestijd

XLTI

gening als mij ten vorigen jare te bem-t viel, schijnt mg ongewenscht. I k bepaal mij daarom tot een Protest, en tot het verzoek dit protest te wülen opnemen in het eerstvolgende jaarverslag. I k protesteer in de eerste plaats tegen de tvijze van behandeling der mak. M e t één enkel maal ben ik door de Oommissie of door leden der Oommissie gehoord; de leden der Oom missie heb ik, natuurlijk in hunne qualiteit, nimmer ontmoet. Ondanks mijn herhaalden wensch, dat ik ten aanhoore van alle leden mocht uitspreken, wat ik had uiteengezet aan enkele der leden, die mij, zooals zij steeds uitdrukkelijk hebben doen uitkomen, alleen in privé bezocht hebben, is mij nimmer een onderhoud m e t de Commissie toegestaan. Sinds de publicatie van „mijn antwoord" heeft het vastgestaan, naar het schijnt, dat eene afkeurende motie tegen mij zou worden voorgesteld. Dr. Kuyper, de stüle leider der beweging, heeft immers, zelfs gedurende deze enquête, telkens en telkens verklaard, dat er „een diepgaand verschil" tusschen hem en mij bestond. Dit verschil moest dus worden geconstateerd. De quaestie liep steeds over abstracte beginselen, waarvan de formuleering telkens aanleiding gaf t o t de vraag, of men elkander wel begreep. Zoo schrijft ook thans nog de Oommissie op bladz. 36/7 („op de beoordeeling — k a n verlangd worden") het een en ander, dat in haar oog strekken moet om het verschil in opvatting tusschen haar en mij te doen uitkomen; terwijl ik juist die zinsneden volkomen en volgaarne ieaam! Het was om die reden dat ik telkens aandrong op het onderzoek naar mijn onderwijs zelf, gehjk ook aan de Oommissie door U was opgedragen; niet „om de bijzonderheden van het onderwijs na te gaan", zooals de Commissie bldz. 31 schrijft; maar om uit de praktijk zelve te kunnen nagaan, of in werkelijkheid mijn onderwijs, zooals het gegeven wordt, al dan niet berust op, d. w. z. in overeenstemming is met zuiver gereformeerde beginselen. De Conunissie heeft echter geen woord van mijn onderwijs willen hooren; blijkbaar acht zij zich daartoe niet in staat; desniettemin spreekt zij, zelfs direct, een oordeel uit over iets waarvan zij niet eens kennis genomen heeft! (Zie b. v. bl. 38.) M e t minder grievend is het, dat de Oommissie wel een anoniemen beschuldiger aangehoord, doch dezen niet tegenover mij verhoord heeft. BKjkens bl. 4 heeft zij een verzoek om inlichting gericht tot Dr. Kuyper, naar aanleiding van wat voorkomt op bl. 41 van „mijn antwoord". Diens antwoord op d a t verzoek is mij niet meegedeeld. Vermoedehjk ligt dit antwoord ten grondslag aan de mededeeling der Oommissie in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 48

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's