Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 40

3 minuten leestijd

xxxvm hemel met zon en maan en sterren; de aarde in hare l e n g t e en breedte en diepte; de planten en de dieren en de stoffert die op en in haar zijn; de mensch zou kennen zijn eigen lichaam;. hij zou ook kennen zichzelven en zijn geslacht en de verhoudingen van allerlei aard, die met en door dat geslacht naar den wille Grods gegeven waren; hij zou eindelijk in zijn zelf bewustzijn zijn eigen geest kennen als een licht uit dat eeuwig licht, het "Woord Grods, hetwelk verlicht een iegehjk mensch, komende^ in de wereld. Zietdaar, mijne hoorders, velerlei terrein der wetenschappen,, samen vormend één geheel, dat alles omvat: een onmetelijke rijkdom van kennis en wijsheid. Maar, en laat ons nu daar vooral op letten. God heeft gewild, dat die keimis langs eenen bepaalden weg zou tot stand komen. Q-od schiep niet één plat vlak en daarin alles naast elkander, enkel uitgebreid. Hij schiep de ruimte in lengte, breedte en hoogte of diepte, en alle ding zóó, dat het een deel van die ruimte inneemt. Datzelfde n u geldt ook van de kennis, die het wezen der dingen in onzeziel weerkaatst. Zij ontstaat zóó, dat het eene uit het anderegekend wordt; dat er feiten van kennis zijn, die, aan de oppervlakte liggende, door ons rechtstreeks worden waargenomen;, dat daarachter of daaronder andere liggen, die uit de eerste kunnen worden afgeleid, onder deze weer andere en zoo verder,, al dieper en dieper. Denkt u voor een oogenblik, mijne hoorders, dat gij alle zonnen en sterren en manen die ia den hemel zijn, alle landen en zeeën, alle planten en dieren, alle menscheiL van alle geslachten, uw lichaam van binnen en van buiten totin de kleinste bijzonderheden hadt aanschouwd en van dieaanschouwtag een beeld hadt bewaard, dat gij alle feiten hadt» waargenomen uit de geschiedenis der eeuwen tot op den t e g e n woordigen tijd; dat gij al de feiten van uw eigen geestesleven, van uwe eerste jeugd af, in uw zelfbewustzijn tegenwoordig' h a d t ; dan zoudt ge, zonder meer, nog geene kennis, veel minder nog wetenschap hebben. Maar denkt u nu, dat Grod deHeere u van den aanvang der schepping, of liever, als ik zoo zeggen mag, van de eerste scheppingsgedachte af, had getoond en doen kennen, hoe Hij door Zijnen Greest den aanvang m a a k t e van de stofkeus der wereld, hoe BGj die hemelboUen voortbracht met hunne eigenschappen en de krachten die ze voortbewegen;, hoe Hij de aarde toebereidde met bergen en afgronden, metde vlakke velden, zeeën en rivieren; hoe Hij al de planten, een ieder naar haren aard uit de aarde deed voortkomen en de krachten in haar legde om op te groeien en uit zich het. zaad voort te brengen dat weer voor gelijksoortige planten den grondslag van haar bestaan in zich bevatte. Kortom, indien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's