Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 32
XXX
de vrijmoedigheid daarentegen wèl bestaan. Al naar de vrijmoedigheid voor het gebed om goedertierenheid grooter is, zal de spankracht onzer ziel bij het bidden om die goedertierenheid sterker zijn. Voor onze Vereeniging en haar jaarvergadering mogen wij thans zeer zeker wel bidden om 's Heeren goedertierenheid. "Wel heeft haar leven aanvankehjk gebloeid, maar in de laatste jaren is het anders. Ons leven kwijnt. De oorzaken daarvan hier voor n uiteen te zetten, zegt spreker, zou mij het rechtmatig verwijt berokkenen van EKza tot de zonen der profeten: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil. Bovendien, het opstellen van de historia morbi is de taak van den geneesheer; desverlangd kan de la?anke er kennis van nemen; doch anders is de taak van den Evangeliedienaar, geroepen aan de sponde van den kranke om te bidden. "Wij willen bidden: Uwe goedertierenheid, Heere, zij over ons. Ook op den dag van morgen. Welk een verschil tusschen onze vroegere en latere samenkomsten! Vroeger was onze Calvinistendag een feestdag voor het Gereformeerde volk. Hoe is het anders geworden! Vele Grereformeerde belijders onttrokken zich aan wat hen en ons saambracht: het hooger onderwijs op G-ereformeerden grondslag, juist toen de kerk met daden toonde, dat zij nog haar Gereformeerden grondslag liefhad. E n thans is er weder verschil. E^u niet van kerkelijken, maar van wetenschappehjken aard. Zij, die het voor ons hebben gepeild, zeggen, dat het 'een verschil van standpunt is. Een hoogst bedenkelijk verschil. Te meer, omdat hier overtuiging tegen overtuiging staat, en met overtuigingen spele men niet. Zij laten zich dan ook niet bedekken onder de goedkoope kunstbloemen eener valsche gemoedehjkheid, en zijn evenzoo te ernstig voor een dialectisch tornooi. Maar ook met een streng wetenschappehjke redeneering komt men bij zulke contradictoire overtuigingen niet verder, want zij missen de hoogere eenheid. Te inniger zij daarom ons gebed om goedertierenheid. M e t dat het onware en onzedeHjke geschiede, maar, dat de booze hartstocht, die in ons aller ziel is, moge omgezet worden in de aandoening van heilige smart; maar, dat er de broederhjke liefde bhjve; maar, dat er verootmoediging zij. Hebt gij vrijmoedigheid tot dit gebed om goedertierenheid, zoodat ook gij zeggen k u n t : gelijk wij op TJ hopen? Maar immers, is het met onze Vereeniging geen afgesneden zaak. Daartoe gaf God de Heere ons te vele blijken van Zijn gunst. Steeds, ook bij de ongunst der tijden, had zij, de Vereeniging
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's