Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 83

3 minuten leestijd

L:

lande. Op elk terrein van invloed zagen ze kundige mannen optreden, die, wat h u n dierbaar was bestreden, en ze misten even kundige mannen, die voor hun beginsel konden opkomen. Den stoot gaf toen de wet op het Hooger Onderwijs van 1876. E n dat in tweeërlei opzicht. Bij die wet toch was voor het eerst vrijheid verleend om een eigen Universiteit op te richten, en ten andere, bij die wet was de Gf-odgeleerde faculteit aan 's lands hoogescholen onherstelbaar verminkt en vervalscht. Die twee omstandigheden nu werkten saam, om de vraag te doen overwegen, of thans de hand niet aan den ploeg moest worden geslagen, om tot een goede opleiding van Q-ereformeerde Dienaren des Woords te geraken. Doch daarbij bleef het niet. Men wist bij uiterst pijnlijke ervaring, hoe ook de letterkundige opleiding, met inbegrip van de Greschiedenis en de Wijsbegeerte, bijna uitsluitend in handen was van mannen, die onze jongehngschap in strijd met hun geloof brachten, en riep deswege te gehjk om eene faculteit, die ook op dit terrein weer eene paedagogische ontwikkeling in verband en in overeenstemming met deze beginselen kon geven. E n wat niet minder zegt, als goede Calvinisten had men, aan de leuze der vaderen getrouw, zich niet in „een hoekje met een boekje" opgesloten, noch ook enkel een bruikbare kerk gezocht, maar even beslist zijn dure roeping gevoeld, om ook op staatkundig gebied voor de eere Grods in staat en volk op te komen. E n ook in dit opzicht klemde de nood. "Want wel was er achtervolgens een reeks van mannen opgestaan, die voor de Christelijke belangen ook op staatkundig gebied het pleit wilden voeren, maar die bepaalden zich dan ook uitsluitend tot dit pleit voor Christelijke helangen^ terwijl aan alles te bespeuren viel, hoe hun Christehjke belijdenis onverzoend naast hun staatsrechtelijke overtuiging stond, en hoe ze verzuimd hadden, als het Glereformeerde volk van oudsher, hun staatsrechtehjke overtuiging uit hun geloofsheginsel zelf op te bouwen. Zoo riep dan ons volk om mannen, die, deugdelijk onderlegd, uit het G-ereformeerde beginsel zelf èn als Dienaren des Woords, èn als Letterkundigen op onze Gymnasia, èn als leden van Raad en Staten, èn in de pers, de traditiën der Vaderen weer op wetenschappehjke wijze in eere konden brengen, en het riep hierom in de beshste overtuiging, dat zóó alleen de invloed van onze Grereformeerde beginselen op de pixbheke opinie te herwinnen was. W a n t wel strekten onze wenschen zich zelfs nog verder uit, en was men ook reeds op eene Medische faculteit bedacht, maar men wist ook, dat wie opeens te veel wil, het lid op den neus krijgt; en zoo begon men met deze drie faculteiten. 6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's