Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 41
xxxrx Hij u zóó deelgenoot bad willen raaken van die wijsbeid, die besebreven wordt in bet acbtste boofdstuk der Spreuken, wanneer gij aldus van den oorsprong af alles in de geestelijke en in de natuurlijke wereld in zijn ontstaan en opbouw en voleiading, in zijn onderling verband en wezen badt kunnen nagaan, dan zoudt gij de ware wetenscbap bezitten, dan zou geen veelbeid u verbijsteren, geen oppervlakkigbeid u kwellen, maar gij zoudt niet anders kunnen doen dan altoos door jubelende roemen de diepte van den rijkdom der wijsbeid en der kennisse Grods. Docb ook dan nog zoudt gij uwen God niet kennen in de volheid van Zijn wezen; gij zoudt nog met de beilige engelen uw aangezicbt moeten bedekken, want Grod is groot en wij begrijpen bet niet; er is geen doorgronding van Zijn verstand. Maar wanneer we aldus bet werk Grods nagaan, dan zien we wat de Grereformeerde beginselen zijn. "Want ziet, die grondgedacbten, die op elk gebied der scbepping ia bet natuurlijke en bet geestelijke den samenbang en den grond uitmaken, die als bet ware de takken zijn, waaruit de twijgen en stengelen en bladeren en vrucbten voortkomen, dat zijn de Grereformeerde beginselen, zooals zij buiten ons bestaan. E n daarop vooral dient gelet te worden: wij maken geen beginselen; ook waar wij ze niet kennen en niemand ze kent, daar zijn zij tocb. W a t wij kunnen doen is slecbts die beginselen opsporen, nagaan, erkennen. Ook bier geldt bet woord, dat de Scbrift zegt, van de „goede werken, welke God voorbereid beeft, opdat wij daaria zouden wandelen"; evenzoo zijn deze beginselen door God voorbereid en neergelegd in al Zijne werken, opdat wij ze kennen zouden. Wanneer dit nu vaststaat, dan komen wij tot de v r a a g : W a t zijn nu de Gereformeerde beginselen, waarop al bet onderwijs aan onze Universiteit als op een vasten grondslag moet worden opgebouwd? 't Spreekt vanzelf, dat ik niet tracbten zal ze voor u op te sommen in deze ure, zelfs wanneer ik bet kon; en wanneer bet voorgaande niet al te onduidebjk is geweest, zult gij beseffen, dat bier van eene opsomming zelfs ia bet gebeel geen sprake kan zijn. Zulk eene opsomming zou doen denken aan enkele bepaalde naast elkander bestaande regels en grondstellingen; en al wil ik nu niet ontkennen dat ook zulke regels en grondstellingen kunnen worden genoemd, tocb ligt bet in den aard der zaak, dien ik u tracbtte bloot te leggen, dat van deze beginselen slecbts in verband en samenbang met onderscbeiding van bet dieper en bet meer aan de oppervlakte liggende, van bet afgeleide en bet fundamenteele sprake kan zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's