Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 64
LXII
was ket te overwegen, kwam ket bericht, dat Prof. Lohman publiek zou antwoorden op de beschuldiging, tegen hem op Seinpost ingebracht. Zulk een antwoord heeft de Commissie Prof. Lohman ernstig ontraden, ja hem gebeden dat toch niet te doen. De Conmiissie wilde den weg van minnelijke schikking volgen; zij wenschte misverstanden op te ruimen, zware woorden te voorkomen; en begreep, dat dit in het publiek niet ging. Heeft men zich eenmaal in een publiek geschrift, zij het ook ten onrechte, kras uitgesproken, dan is het altijd moeilijk op zulke woorden terug te komen. Maar Prof. Lohman kwam toch met zijn brochure. Toen de Commissie van die brochure had kennis genomen, richtte zij wederom een schrijven aan Prof. Lohman (zie Rapport, blz. 52, Bijlage B), waarop zij van Prof. Lohman den brief ontving, in het Rapport als Bijlage C (pag. 55 vv.) afgedrukt. I n dat antwoord stond zakelijk niets anders dan in de brochure, maar als iets de Commissie smarteüjk heeft aangedaan, dan zijn het deze regelen uit dien brief van Prof. Lohman: „maar elke poging om mij van het hier ingenomen standpunt, 't welk met mijn ianigste geloofsovertuigiag in verband staat, af te trekken, kan slechts dienen om mij in dat voornemen (om ontslag te nemen) te versterken." Daarmede was voor de Commissie de weg tot'nadere verklaring en opheldering afgesneden; een mondeling onderhoud kon niet meer baten, en al had een min of meer vriendschappelijk onderhoud plaats gehad, op zulk een saamsprekiag was dan toch geen conclusie te trekken. Zelfs hebben eenige leden der Conmiissie zulk een vertrouwehjk onderhoud met den heer Lohman gehad, maar het heeft niets uitgewerkt; de heer Lohman handhaafde zijn standpunt. E n of een onderhoud met de geheele Commissie beter vrucht zou gedragen hebben, — spreker vreest het. Het was er om te doen de hartstochten niet te prikkelen; en hoe ware dat in een onderhoud vermeden? Spreker stelt er prijs op, te verklaren, dat het onderhoud, dat eenige leden met Prof. Lohman hadden, niets voor of tegen Prof. L. getuigde. E n nu het 2'' punt. Prof. Lohman Idaagt er over, dat zijn onderwijs niet is onderzocht. Dat is zoo. Maar dadelijk wil spreker erkennen, dat hij daar niet bekwaam toe is. Zoo lang het over priucipieele dingen gaat acht hij zich niet onbevoegd; maar anders zou hij zijn taak hebben moeten neerleggen, vóór hij begon. Doch het is hier juist een principieele quaestie; een van methodischen aard; waarom men zich tot het principe te bepalen heeft. De motie der Commissie oordeelt dan ook niet over het onderwijs, maar zegt slechts, dat er een fout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's