Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 70
LXVUI
er eenigen invloed op nit, wijl de overleden Staatsman dan. altijd bniten de orde was, maar dikwerf juist omdat Mj het verband der dingen kende, dat aan anderer blik ontsnapte; hij rekende immer met het middelpunt, vanwaar alles uitgaat en waartoe alles in betrekking staat. Zoo wordt het duidelijk, dat er ook onderling verband is tusschen faculteiten eener Universiteit; en dat in de rij der faculteiten de Theologische voorop moet gaan; bij eene zuiver ebeoefening der wetenschap kan zij niet worden gemist. I n h a a r vinden de andere faculteiten haar uitgangspunt. Dat wij dan. ook de Theologische faculteit aan de openbare Universiteiten, bestrijden is niet omdat wij meenen dat zij geen bestaansrecht zou hebben, maar wijl aan de openbare Universiteiten deze faculteit op een verkeerden grondslag berust en daardoor een. even schadelijken iavloed xiitoefent, als zij, juist opgevat, heilzaam werkt. I n dit licht spreekt dan ook art. 2 der Statuten van onzeVereenigiag duidehjk, als het eischt, dat het onderwijs zal g e geven worden geheel en uitsluitend op den grondslag der Grereformeerde beginselen. Dat is niet alleen het onderwijs aan, de Theologische faculteit; neen, het onderwijs aan alle faculteiten, die er zijn of zuUen komen. Is de wetenschap uit Grod, dan volgt daaruit dat hare beginselen eeuwig zijn, en wij kunnen dus de grondslagen onzerwetenschap niet ontleenen aan hetgeen thans bestaat, omdat wij nu eeimiaal ia den tegenwoordigen tijd leven. De wetenschap beoefenende, hebben wij na te gaan, ia welk tijdperk dergeschiedenis de mannen der wetenschap ia hunne wijze van. beschouwiag het dichtst het middelpunt, den oorsprong der w e tenschap naderden; en de G-ereformeerden vinden, dat tijdperk: ia den bloeitijd van het Calvinisme. Nu is het er natuurlijk niet om -te doen dat wij de mannen, uit dit tijdperk eenvoudig wat gaan napraten; neen, de beginselen waaruit zij leefden en handelden dienen opgespoord; een. taak, die ernstige, geestelijke inspanning vordert en hartelijketoewijding vraagt. Een taak die ons dwiagt wijsheid te zoeken, zooals ons dat door Grods "Woord is geboden. Natuurlijk is het óók mogehjk langs anderen, weg tot eenigekennis van het recht te geraken, omdat door de gemeene genade= eenig rechtsgevoel aan de menschen is gelaten.; maar niet zóó goed, niet zóó juist als langs dezen weg; al zal het ook van ons standpunt uit ia deze bedeeling altijd blijven een zoeken-, zonder vohnaakt te vinden, een keimen ten déele; omdat niet. aUes geopenbaard is, zoo moeten wij nochtans datgene, wat, geopenbaard is, geheel kennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897
Jaarboeken | 239 Pagina's