Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 65

3 minuten leestijd

Lxni schuilt in de methode van Prof. Lohman, in verband met art. '2 der Statuten. Het verschil met Prof. Lohman komt hierop neer, d a t hij de Grereformeerde beginselen niet in de historie wil opzoeken, ze niet wil formuléeren en systematiseei-en, noch ze erkennen als bindend voor het onderwijs. Wilde Prof. Lohman dat wèl, dan zou de motie Engelberts kunnen worden aangenomen. Maar Prof. Lohman wil d a t niet, want, zegt hij, dan zou ik mij binden aan eenig menschelijk gezag. Maar immers tusschen G-ods Woord en ons staat daar de historie; staat het tijdperk van het Calvinisme, en daarmee dient rekening te worden gehouden; daar óók zien wij het werk van den Heiligen Greest; vandaar onzp krachtige overtuiging. Prof. Lohman wil van geen conscientie-bindend gezag weten. Maar de vraag is slechts of de hoogleeraar zich gebonden gevoelt aan art. 2 der Statuten, en is hij 't daar niet mee eens, dan kan hij toch zijn benoeming niet aannemen. E n nu moge over de woorden: „Grereformeerde beginselen" verschil van meening bestaan; hierover zijn we het dan toch eens, dat die Grereformeerde beginselen ergens moeten zijn. Dat ze moeten opgezocht, dat ze moeten gevonden worden, en dan de grondslag wezen van het onderwijs. Over de methode, over de wijze waarop die beginselen moeten worden nagespeurd, loopt het verschil. Voor den heer Lohman is daarbij het Calvinisme niei van bijzondere waarde; het staat voor hem gelijk met de Luthersche, met de Roomsche beginselen. Maar dat juist is bij ons niet het geval; voor ons heeft het Calvinisme buitengemeene waardij; hooge waarde; voor ons staat het niet gelijk met iets anders; voor ons is het iets speciaals. (Toejuiching.) Thans ontvangt Dr. A. Kuyper het woord, en wel naar aanleiding van het schriftelijk jjrotest van Prof. Lohman, bij deze vergadering ingekomen. Spreker had gemeend zich uit kieschheid niet in deze discussie te mengen, over een zaak, Avaarmee lüj niets heeft uit te staan. Maar n u de heer Lohman ook in dit protest het systeem van verguizing op spr. toepast, waaraan hij n u al jaren blootstaat, nu moet spr. daartegen opkomen. I n dit protest toch zegt de heer Lohman, dat spreker in De Heraut zou hebben geschreven, dat de heer Lohman den Heere Christus had verlaten. Ware het sprekers gewoonte om als de heer Lohman te doen en uitdrukkingen te bezigen als „pertinente onwaarheid", dan zeker zou hij die woorden nu toepassen op deze beschuldiging. W a t heeft spr. geschreven? Hij leest de gewraakte zinsnede uit De Seraut voor; ze luidt aldus: „Het is de oude tragedie van Kapernaüm, zoo schreiend scherp uitloopend op Jezus' vraag aan Zijn jongeren: „Wilt gijlieden ook niet henengaan?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's

Zeventiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 65

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1897

Jaarboeken | 239 Pagina's