Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 53
LI
men zonder gevaar van af te drijven op de strooming van het pantheïsme dit kunnen erkennen. Deze ontwikkeling van het recht nu grijpt plaats in en met de ontwikkeling van het volksbestaan. — Ja, in de ontwikkeling van dat volksbestaan zit de naaste drijfkracht van de ontwikkeling van het recht. Immers dat recht ontwikkelt zich in het bewustzijn van nienschen, van tot een volk verbonden roenschen. Daarom stel ik dan ook, dat de rechtsgelijkheid van thans een vrucht is van de ontwikkeling van ons volksbestaan in het verleden. Het Nederlandsche Volksbestaan dateert van de dagen van keizer Karel V, toen, onder hem als souverein, de 17 ITederlandsche gewesten in 1543 vereenigd, bij het verdrag van Augsburg in 1548 vrij werden gemaakt van het leenverband met het Duitsche rijk. AVat daaraan voorafgaat, de saamgroeiing der Germaansche stammen tot één Nederlandsche natie, eerst onderdeel van het Frankische en toen van het Duitsche rijk, in een aantal vasalstaten met hertogen en graven verdeeld, is, sedert de komst met name der Roomsche missie onder onze heidensche voorouders, de tijd van de alleenheerschappij van het Roomsche beginsel. En hoe dit Roomsche beginsel ook ia het pas ontloken Volksbestaan onder Karel ^, zich tevens als politiek beginsel handhaafde, en dat niet slechts tegen de sociaal revolutionaire woelingen der anabaptisten, maar ook tegenover de kerkelijke reformatorische bewegiag die van Luther uitging, is uit do historie bekend. Het Roomsche beginsel b v , dat zich hier sedert -de kerstening der natie had vastgezet, duldde ook in het jonge Volksbestaan geen ander naast zich, en met name geen andere religie dan de ééne Roomsche; en in samenhang daarmee geen andere Staatskerk dan die van Rome. Eenige jaren na het optreden van Filips in 1555 als landheer der zeventien gewesten, begint de strijd van het Nederlandsche Volksbestaan tegen Spanje, dat het met ondergang dreigt. Feitelijk is deze strijd dm niets anders dan het Volksbestaan begonnen; doch de hand die in de historie der volkeren de draden saamweeft naar een vast plan, verbond met den politieken den religieuzen strijd. De reformatorische beweging, van Luther uitgegaan, had in deze landen, vooral in het Zuiden, vastheid gekregen door de mannen, die voor een deel aan de Akademie van Geneve gezeten hadden aan de voeten van Oalvijn. Door hen is, als een tweede missie, de Calvinistische idee. ingedragen, het Calvinistische denkbeginsel vastgezet in de Nederlandsche natie. Allereerst heeft dat beginsel, als religieus beginsel, naar het voorbeeld van Geneve, hier een kerkleer en een kerkformatie gebracht. Dan^ het Calvinistisch beginsel als materieel denkbeginsel zooveel rijker dan b.v. het Luthersche, dat slechts een religieus en dan nog wel bloot soteriologisch is, openbaarde zich ook als politiek beginsel en gaf kracht en bezieling aan den strijd om het Volksbestaan. Het mag echter niet worden ontkend, dat zeer zeker niet het politieke beginsel zelf van het Calvinisme, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's