Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 60
LTIII
beteekenis voor het Volksbestaan ontleent. Zij is voor de wetenschap, maar ook voor het volk. , De Universiteit toch heeft de mannen te vormen die straks met en onder het volk zullen leven. Predikanten, advocaten en ambtenaren, doctoren, docenten. Het zijn deze mannen, die als leidslieden van het volk, de actie uit het beginsel dat in het volk leeft, moeten sterken en veredelen. Sterken en veredelen, doordat zij als vrucht van hun universitaire opvoeding, het beginsel in zijn samenhang met het leven en zijn toepassing op heel het leven beter verstaan; de eischen die het stelt helderder doorzien; de wegen waarlangs het zijn toepassing kan verkrijgen, beter kunnen beoordeelen. Zeker, liefde voor het beginsel is voor actie uit het beginsel onmisbaar, doch niet genoeg. Om te weten hoe men handelen moet; om met zijn handelen te bereiken wat men wil; om niet hartstochtelijk maar bezadigd ook te blijven handelen, moet met de liefde de kennis gepaard. Zoo is dan het universitaire leven een gewichtige factor ook in het Yolksbestaan. In dat leven nu is het aan de Calvinisten bijna onmogelijk gemaakt handelend op te treden. Dat is hun grief. Een grief door hen nog dieper gevoeld dan door hun Roomsche medeburgers — aan wie dit optreden feitelijk evenzeer onmogelijk is gemaakt — omdat althans hiin zonen nog ruime gelegenheid hebben, in het buitenland te ontvangen wat het eigen vaderland onthoudt. De drie landsuniversiteiten, waarvan de voorstanders van het revolutionaire beginsel zich thans hebben meester gemaakt, zijn oorspronkelijk alle drie Calvinistische Universiteiten geweest. Calvinisten hebben ze gesticht. Zij dachten daarbij zelfs allereerst aan het vormen van Gereformeerde predikanten. Voor die van Leiden, in 1575 gesticht, mag ik mij weer beroepen op den hoogleeraar Pruin, die in zijn u reeds geciteerd werk 1) aldus schrijft. „Niet zoozeer om de wetenschap te bevorderen, als wel om aan „de kerk een Seminarie van kundige en waardige leeraars te be„ zorgen, had haar Prins Willem bij de grondlegging van den onaf„hankelijken staat, opgericht. Zij moest voor het Protestantsohe Hol„land worden, wat voorheen voor het Katholieke Nederland de ^Universiteit van Leuven geweest was; naar het voorbeeld van deze „werd te Leiden het onderwijs in rechten en in geneeskunst aan „dat der godgeleerdheid toegevoegd." Voor de hoogeschool te Groningen, een werk uit 1614 van "Willem Lodewijk, zeker een onverdacht Calvinist, op Groen, die als motief w, p. 273.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's