Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 44
LXII
Inderdaad, kommer en zorg komen soms in het hart op, als we daaraan denken; — dat kunnen de broeders en zusters licht begrijpen. Negen jaar scheiden hem, spreker, nog maar van den leeftijd, dien de Psalmist als levenstermijn voor de niet „zeer sterken" stelt. En nu mogen we een zekere gerustheid bezitten in jongere, krachtige professoren als Mr. Pabius en Dr. Woltjer; maar de vraag is toch niet te onderdrukken: Hoe zal het worden, als de ouderen den weg van alle vleesch zijn gegaan? Tot nog toe zijn we buitengewoon gespaard. In de twintig jaar, die straks de Universiteit bestaat, hebben we nog maar één hoogleeraar ten grave gedragen. Doch dit mag ons niet doen vergeten, dat de dag zeker komt, waarop zij, die de eerste katheders bezet hebben, uit onzen kring voor altoos zullen scheiden. We zijn in vroeger jaren met het bezetten van katheders verder geweest dan nu; en toch, men merkt er zoo niets van, dat er een krachtige actie gaande is om de leeg geworden plaatsen te doen innemen, of nieuwe leerstoelen op te richten. Men is er wel mee bezig, dat gelooven we gaarne; maar er komt zoo weinig van aan den dag. Ook het Verslag spreekt er niet van. En wanneer men nu met de stichting dezer Universiteit niets minder bedoelt dan een wedergeboorte van het nationale leven, is het dan wonder, dat men zich ongerust maakt, en zorge soms het hart bekruipt? Zou het niet een teeken van krachtiger leven zijn, indien de vraag, die spreker heeft in te leiden, meer op den voorgrond werd gesteld en de hoofden en de harten der vrienden vervulde? Op een breeder behandeling van deze vraag kan Prof. Kuyper natuurlijk thans niet ingaan; dat zou de hem gestelde perken overschrijden. Slechts enkele punten wil hij aanstippen, om daarbij dan het verleden te laten rusten en ook de financieele quaestie terzijde te schuiven. Hierom gaat het toch in hoofdzaak: Kunnen we de vervulling van mogelijke vacaturen op de toekomst laten aankomen, óf wel, ligt het op den weg der Yrije Universiteit, om actief en wakend op te treden? Er zullen ongetwijfeld vele broeders en zusters zjjn, die va;n het Orate niet aflaten; maar moet er onzerzijds niet een Vigilate aan toegevoegd, opdat straks in den bestaanden nood worde voorzien ? En nu is de neiging van velen, om daarover geen zorg te hebben. G-od geeft immers de talenten, Hij verwekt de mannen op zijn tijd! Maak dus, zoo redeneert men dan, de geesten niet onrustig! De Heere kan ons verrassen met mannen, die door Hem voordelaooge taak zijn bereid en toegerust. Zeker, dat is ook zoo. In concentratie op het Orate ligt een element van waarheid. Er kan moeilijk genoeg op gewezen, hoe het Grod beliefde, sinds Bilderdijk achtereenvolgens een reeks van beteekenende mannen te doen optreden, die niet aan de Staatsscholen waren gevormd, maar door Hem waren verwekt, en met liefde voor zelfstandige studie en dieper beginselen in 't hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's