Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 63

3 minuten leestijd

eenigingen van kiezers, werklieden en jongelingen; door middelvan School en Kerk drijft, is niet allereerst het nut van het algemeen, niet allereerst de bevordering van het volksgeluk. Wel rekenen wij Calvinisten dat nut en dat geluk niet tot de onverschillige dingen, maar nut en geluk te bevorderen is toch niet ons eigenlijk motief. Verstaat men onder Tolksgeluk, gelijk velen ook in onze dagen, vóór alles de bevrediging van bloot zinnelijke behoeften, — een volksbestaan dat daarin zijn hoogste ideaal stelt, is ook voor den Calvinist, gelijk voor Plato, niet veel meer dan een „zwijnenstaat" 1). Aan de marktschreeuwers laten zij het dan ook over, de toepassing hunner beginselen als uitsluitend middel tot volksgeluk aan te prijzen. Wij weten, dat al heeft de wel niet onbeperkte, maar dan toch vrij groote heerschappij der Calvinistische beginselen het Yolksbestaan eens een „gouden eeuw" bezorgd, toch ook de zelfs onbeperkte heerschappij van het E,oomsche beginsel, wat geluk betreft, het Yolksbestaan nog zoo heel slecht niet heeft bedeeld. Lezenswaardig is daarover nog altijd wat Hooft in zijn Nederlandsche Historiën 2) omtrent het Yolksbestaan van omstreeks 1555 zegt: „Booven al trof hij (Hooft spreekt hier van Filips) Nederlandt in 't breedste van zijn bloejen, bebouwt met meer dan twee hondert steeden, hondert vytigh opene vlekken, zoo goedt als veele bemuurde steeden, zes duizent dorpen, alles vol inwoonders, rykdoom, neeringhe, welvaart en weelde, tot dartelheit toe." Is de Nederlandsche Maagd symbool van het Yolksbestaan, welnu, de Eoomsehe Nederlandsche Maagd van 1555, deze breed bloeiende, door welvaart en weelde levenslustige tot dartelheid toe, herinnerende aan de vrouwenfiguren van Eembrandt's penseel, wint het, op het stuk van „menschwaardig bestaan," ongetwijfeld van haar liberale kleindochter, de bekende van 1830, op den Dam, die men bij hoog bezoek aan de hoofdstad dan ook maar liefst verdonkeremaant. Gelijk ik zeg, wij Calvinisten treden volstrekt niet op met de pretentie, het eenig helpend middel tot Yolksgeluk te bezitten. Aan de kwakzalvers-manieren, waarop het Socialisme zijn „ToekomstStaat" aanbeveelt, doen wij niet meê. — Wij geven zelfs gaarne toe, dat volksgeluk niet uitsluitend aan de beleving van onze beginselen is gebonden. Het sociaal-eudaemonistische moraal-beginsel is het onze niet. Een onvoorwaardelijk gebod, afgezien van het streven naar het geluk der gemeenschap, drijft ons, al hebben wij ook de belofte: „Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en deze dingen zullen u toegeworpen worden." Een onvoorwaardelijk gebod, waarbij het dus niet is: indien gij dit of dat wilt bereiken, moet gij zus of zoo handelen; indien gij uw volk gelukkig jwilt maken, moet gij er uit Calvinistisch beginsel 1) Rep. p 372 D. 2 Ed, 1642. p 4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Jaarboeken | 215 Pagina's

Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 63

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Jaarboeken | 215 Pagina's